Hoe is het eigenlijk met de AquaBrowser? In diverse bewoordingen is me dat de laatste weken wel een keer of vier gevraagd. Kennelijk is het tijd om daar weer eens wat over te laten horen.
De eerste vraag is over welke AquaBrowser je het eigenlijk hebt. Ik beheer de provinciale AquaBrowser voor Noord- en Zuid-Holland, maar er zijn alleen al in Nederland een landelijke AquaBrowser, 11 provinciale AquaBrowsers en tientallen lokale AquaBrowsers. Die veelheid maakt het meteen ingewikkeld. Mark Deckers pleitte laatst voor 1 AquaBrowser voor heel Nederland. Dat zou het landschap al een stuk overzichtelijker maken, denk ik. Maar zo ver is het nog niet.
Voorlopig hebben we de landelijke AquaBrowser. Die is bedoeld als uniforme ingang, en werd tot begin dit jaar door de VOB en Medialab als ontwikkelplatform gebruikt. Nieuwe content en functionaliteit kwamen eerst beschikbaar op http://zoeken.bibliotheek.nl en waren vervolgens beschikbaar voor alle andere Nederlandse AquaBrowsers. Ik weet niet zeker wie er nu verantwoordelijk is voor de landelijke AquaBrowser (ik veronderstel de Stichting Bibliotheek.nl) en of er nog doorontwikkeld wordt op het gebied van content en functionaliteit. Ik weet wel tamelijk zeker dat er op het moment niet gecommuniceerd wordt over die eventuele doorontwikkeling. Dat maakt het moeilijk om in te schatten wat er al dan niet landelijk ontwikkeld wordt.
En we hebben de provinciale AquaBrowsers, bijvoorbeeld www.hollandnet.nl. Een opvallend verschil tussen de landelijke AquaBrowser en (een deel van) de provinciale is dat provinciale AquaBrowsers niet alleen digitale content en titelbeschrijvingen bevatten, maar ook beschikbaarheidsinformatie. Ze zijn daarmee, in tegenstelling tot de landelijke AquaBrowser, bruikbaar als catalogus.
De provinciale AquaBrowser van Noord- en Zuid-Holland bevat veel informatie:
- de catalogi van alle openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland (17 systemen van 5 verschillende leveranciers)
- aanvullende titels uit het titelbestand van bibliotheek.nl en muziekweb
- artikelen uit 7 landelijke kranten en 6 opiniebladen
- Vragen uit de kennisbank van al@din en links uit Davindi+ en de G!ds
- informatie van de Consumentenbond, Keesings Historisch Archief, Cinema.nl en de Digitale Noord-Hollandse Atlas
- uitgaansinformatie van het UITburo Amsterdam en Uit-in-Noord-Holland
De complete provinciale collectie wordt opgenomen. Daarnaast wordt een zo groot mogelijk gedeelte van de landelijk ingekochte digitale content ontsloten. In een aantal gevallen (met name bij de informatie die van NBD|Biblion wordt gekocht) is dat niet mogelijk omdat er geen koppelvlak met de AquaBrowser gerealiseerd is. Uit het provinciale budget worden koppelingen gerealiseerd met informatie op het gebied van media (boeken, films, muziek, games) en op het gebied van kunst & cultuur (uitgaan, erfgoed, kunst). De leveranciers van die informatie werken soms op provinciaal of regionaal niveau (als het om erfgoed gaat) maar ook vaak op landelijk niveau. Het uitgangspunt is dat de content een verrijking van de catalogus biedt voor inwoners van Noord- en Zuid-Holland. En we werken bij voorkeur samen met partijen die zelf ook belang hebben bij het beschikbaar stellen van hun informatie. Daardoor hoeven we niet voor de geleverde informatie te betalen, maar alleen de kosten te dragen voor het ontsluiten van die informatie in de AquaBrowser.
En naast provinciale AquaBrowsers zijn er lokale. Soms als losstaande applicaties, maar steeds vaker als lokale skin op de provinciale AquaBrowser. Recent zijn bijvoorbeeld de bibliotheken Bollenstreek, Haarlem en omstreken en Zuid-Holland Zuidoost overgegaan op een lokale AquaBrowserskin.
Die lokale skins bieden een compleet titelaanbod op basis van de landelijke en provinciale titelbestanden, maar laten in hun presentatie en ranking de lokale collectie extra opvallen. Niet zozeer omdat van die bibliotheken alleen de eigen collectie uitgeleend mag worden, maar vooral omdat een lokaal beschikbaar, niet uitgeleend exemplaar nu eenmaal veel sneller geleend kan worden dan een exemplaar dat eerst uit een andere vestiging of bibliotheek opgestuurd moet worden. Door de integratie van Zoek&Boek bieden deze catalogi ook een prima toegang tot de collectie van het netwerk van bibliotheken. En doordat deze skins een eigen header (kop) hebben integreren ze goed met de functionaliteit van de website van de bibliotheek.
En gaat de ontwikkeling van de AquaBrowser nog door dit jaar? Ja. Er is in elk geval vanuit het provinciaal collectieplan van Noord-Holland budget beschikbaar om de AquaBrowser in te zetten voor een ‘uniforme toegang tot de netwerkcollectie’. Dat budget is niet voldoende om voor elke basisbibliotheek een eigen skin te ontwikkelen, maar geeft wel de ruimte om te experimenteren met hoe je de (provinciale) catalogus kunt gebruiken om het gebruik van de netwerkcollectie te stimuleren. Daarover schreef ik al eerder. Er is ook budget om de startpagina van de provinciale AquaBrowser rijker te maken, waarbij natuurlijk de toepasbaarheid in lokale bibliotheken vooropstaat. (Ik droom van een bron van inspiratie zoals in Brugge). En er is budget om extra bestanden te koppelen. Daarmee zal de rol van de provinciale AquaBrowser als verzamelplaats voor content op het gebied van erfgoed meer body gaan krijgen. Dan kan ook de subset over erfgoed ingezet gaan worden als digitaal HIP.
Posts tonen met het label content. Alle posts tonen
Posts tonen met het label content. Alle posts tonen
maandag 8 maart 2010
zaterdag 9 januari 2010
Projectleider
ProBiblio is gereorganiseerd. Of misschien moet ik zeggen dat ProBiblio gereorganiseerd wordt, want hoe de nieuwe organisatie er uit ziet is mij nog niet helemaal duidelijk. In grote lijnen weet ik het wel. Er zijn 3 units, Ontwikkeling, Marketing en Operations.
Marketing wordt de spil van de organisatie. Alle producten en plannen moeten in het vervolg door de unit marketing gescreend worden, om te verzekeren dat we geen producten aanbieden waar onze klanten niet op zitten te wachten.
Operations is de unit waarin het reguliere werk wordt uitgevoerd. Alles wat we al deden zit in de unit operations, en ook bijna al het personeel zit in die unit. Vanuit operations worden mensen ‘uitgeleend’ aan de unit ontwikkeling. Geen idee wat daar de officiële term binnen de organisatie voor wordt, maar het idee is dat je een baan hebt binnen de unit operations en dat je van daaruit een rol kunt krijgen binnen ontwikkeling. Ik heb een rol in de unit ontwikkeling; de rol van projectleider.
De unit ontwikkeling houdt zich bezig met de programmalijnen. Dat zijn de vier pijlers waarop zich binnen ProBiblio ontwikkeling gaat afspelen. Die pijlers zijn Marketing, HRM, ICT en Inhoud. Ik ben even kwijt hoe de programmalijn Inhoud officieel heet, maar het is de grootste programmalijn, die zich met de bibliotheekinhoudelijke ontwikkeling bezig houdt. Die programmalijn is verdeeld in drie deelprogrammalijnen: Educatie, Lezen en Informatie.
ProBiblio is overigens niet de enige die zich in 2010 gaat ontwikkelen. De programmalijnen gaan sterk vraaggestuurd werken. In principe ontwikkelen we alleen dat waar openbare bibliotheken en hun klanten echt op zitten te wachten. Om dat te borgen zijn er op diverse niveaus gremia om de unit ontwikkeling en de afzonderlijke programmalijnen aan te sturen. In die gremia zullen vooral veel directeuren en inhoudelijke specialisten uit de Hollandse basisbibliotheken vertegenwoordigd zijn.
En om helemaal zeker te weten dat wat we bij ProBiblio verzinnen ook echt bruikbaar is in de praktijk doen we alles in co-creatie. Bij alle projecten worden bibliotheken ingeschakeld, om zo vroeg mogelijk draagvlak voor de projecten te creëren, om tijdens de projecten input vanuit de praktijk te leveren, en om als eerste de vruchten van de ontwikkelingen te kunnen plukken.
Ik ga projecten doen binnen de deelprogrammalijn Informatie. Ik heb tot 25 januari de tijd om een Project Initiatie Document te schrijven (dat is een projectplan, in Prince 2-speak). Ik weet wel een beetje waar het over moet gaan, maar nog niet precies. De steekwoorden die ik heb zijn AquaBrowser, Ibi (de Noord-Hollandse webvariant van al@din), Contentvijver en Informatiefunctie.
Op zich een wat riskante business, om vraaggestuurd te gaan werken binnen het thema Informatie. Want zien openbare bibliotheken nog wel een functie voor zichzelf als het gaat om het informeren van de burger? Bibliothecarissen zijn toch helemaal geen experts, dus ze kunnen toch helemaal geen vragen beantwoorden? Best een uitdaging dus, om met dat thema aan de slag te gaan.
Ik zie zelf wel een rol voor de bibliotheek als het gaat om informatie. En één ding heb ik me al wel voorgenomen, dat de rol van de bibliothecaris als informatiebemiddelaar weer wat duidelijker neergezet moet worden. Want bibliothecarissen zijn geen experts, maar zijn wel heel goed in staat om de vraag van een leek te beantwoorden met behulp van informatie van experts. En volgens mij is er in deze tijd van information overload juist heel erg behoefte aan zo’n informatiebemiddelaar.
Omdat mijn project geen eenmans kruistocht moet worden, maar zo veel mogelijk aan moet sluiten bij de behoeftes van bibliotheken en de ontwikkelingen op landelijk niveau en in de andere provincies heb ik me voorgenomen weer te gaan bloggen over waar ik mee bezig ben. Ik hoop af en toe reacties te krijgen, zodat ik kan toetsen of ik op de goede weg ben. Hopelijk geeft dit nieuwe project me weer voldoende structuur om de draad te kunnen oppakken en geregeld een bericht te schrijven. Dit is in elk geval al een eerste begin.
Marketing wordt de spil van de organisatie. Alle producten en plannen moeten in het vervolg door de unit marketing gescreend worden, om te verzekeren dat we geen producten aanbieden waar onze klanten niet op zitten te wachten.
Operations is de unit waarin het reguliere werk wordt uitgevoerd. Alles wat we al deden zit in de unit operations, en ook bijna al het personeel zit in die unit. Vanuit operations worden mensen ‘uitgeleend’ aan de unit ontwikkeling. Geen idee wat daar de officiële term binnen de organisatie voor wordt, maar het idee is dat je een baan hebt binnen de unit operations en dat je van daaruit een rol kunt krijgen binnen ontwikkeling. Ik heb een rol in de unit ontwikkeling; de rol van projectleider.
De unit ontwikkeling houdt zich bezig met de programmalijnen. Dat zijn de vier pijlers waarop zich binnen ProBiblio ontwikkeling gaat afspelen. Die pijlers zijn Marketing, HRM, ICT en Inhoud. Ik ben even kwijt hoe de programmalijn Inhoud officieel heet, maar het is de grootste programmalijn, die zich met de bibliotheekinhoudelijke ontwikkeling bezig houdt. Die programmalijn is verdeeld in drie deelprogrammalijnen: Educatie, Lezen en Informatie.
ProBiblio is overigens niet de enige die zich in 2010 gaat ontwikkelen. De programmalijnen gaan sterk vraaggestuurd werken. In principe ontwikkelen we alleen dat waar openbare bibliotheken en hun klanten echt op zitten te wachten. Om dat te borgen zijn er op diverse niveaus gremia om de unit ontwikkeling en de afzonderlijke programmalijnen aan te sturen. In die gremia zullen vooral veel directeuren en inhoudelijke specialisten uit de Hollandse basisbibliotheken vertegenwoordigd zijn.
En om helemaal zeker te weten dat wat we bij ProBiblio verzinnen ook echt bruikbaar is in de praktijk doen we alles in co-creatie. Bij alle projecten worden bibliotheken ingeschakeld, om zo vroeg mogelijk draagvlak voor de projecten te creëren, om tijdens de projecten input vanuit de praktijk te leveren, en om als eerste de vruchten van de ontwikkelingen te kunnen plukken.
Ik ga projecten doen binnen de deelprogrammalijn Informatie. Ik heb tot 25 januari de tijd om een Project Initiatie Document te schrijven (dat is een projectplan, in Prince 2-speak). Ik weet wel een beetje waar het over moet gaan, maar nog niet precies. De steekwoorden die ik heb zijn AquaBrowser, Ibi (de Noord-Hollandse webvariant van al@din), Contentvijver en Informatiefunctie.
Op zich een wat riskante business, om vraaggestuurd te gaan werken binnen het thema Informatie. Want zien openbare bibliotheken nog wel een functie voor zichzelf als het gaat om het informeren van de burger? Bibliothecarissen zijn toch helemaal geen experts, dus ze kunnen toch helemaal geen vragen beantwoorden? Best een uitdaging dus, om met dat thema aan de slag te gaan.
Ik zie zelf wel een rol voor de bibliotheek als het gaat om informatie. En één ding heb ik me al wel voorgenomen, dat de rol van de bibliothecaris als informatiebemiddelaar weer wat duidelijker neergezet moet worden. Want bibliothecarissen zijn geen experts, maar zijn wel heel goed in staat om de vraag van een leek te beantwoorden met behulp van informatie van experts. En volgens mij is er in deze tijd van information overload juist heel erg behoefte aan zo’n informatiebemiddelaar.
Omdat mijn project geen eenmans kruistocht moet worden, maar zo veel mogelijk aan moet sluiten bij de behoeftes van bibliotheken en de ontwikkelingen op landelijk niveau en in de andere provincies heb ik me voorgenomen weer te gaan bloggen over waar ik mee bezig ben. Ik hoop af en toe reacties te krijgen, zodat ik kan toetsen of ik op de goede weg ben. Hopelijk geeft dit nieuwe project me weer voldoende structuur om de draad te kunnen oppakken en geregeld een bericht te schrijven. Dit is in elk geval al een eerste begin.
woensdag 11 juni 2008
Auteursrecht voor de digitale bibliotheek
Vorige week volgde ik een opfriscursus auteursrecht bij het GO. Natuurlijk zijn er allerlei technische ontwikkelingen waar je als bibliothecaris 2.0 van op de hoogte moet zijn, maar het is ook goed om te weten of alles wat kan ook mag.
Tijdens de dag herinnerde ik me weer dat ik auteursrecht ook op de Frederik Muller Academie al heel interessant vond. De schijnbaar onwrikbare logica waarin bij nadere beschouwing, binnen de grenzen van de wet, heel veel creativiteit mogelijk is spreekt me aan.
De grote lijn van de wet, verwoord in artikel 1, was me dan ook wel bijgebleven: "Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld."
De cursus volgde de opbouw van dit eerste artikel, waarbij achtereenvolgens werd ingegaan op
- de maker
- het werk
- openbaarmaken en verveelvoudigen
- de beperkingen
Ik ga natuurlijk niet de hele inhoud van de cursus navertellen (dat zou mij zelfs in auteursrechtelijke problemen kunnen brengen), maar ik wil een paar zaken noemen die me van belang lijken.
Hoe zit het bijvoorbeeld met het indexeren van websites, zoals bijvoorbeeld Google dat doet? Dat valt onder een van de beperkingen op het auteursrecht, beschreven in artikel 15a. Je mag (onder bepaalde voorwaarden) citeren uit een werk. Daarbij is het van belang dat de lengte van het citaat redelijk is. Je mag dus niet de volledige tekst kopieeren onder het mom van citeren.
Dat heeft ook voor de AquaBrowser duidelijk consequenties. We zijn van plan daarin informatie van betrouwbare organisaties zoals musea, archieven, onderwijsinstellingen of overheden op te nemen. Maar die informatie mogen we dus niet zomaar overnemen, zelfs niet als de desbetreffende organisatie die informatie zelf al publiek toegankelijk op internet gezet heeft. Dat betekent dat we met die organisaties een soort licentieovereenkomst zullen moeten afsluiten waarin we afspraken maken over het gebruik dat we van hun informatie maken. Dat waren we toch al wel van plan, omdat het veel prettiger samenwerkt als zo'n organisatie weet wat je van plan bent, maar het blijkt dus zelfs juridisch noodzakelijk te zijn.
Een andere vraag waarmee ik naar de cursus ging was hoe het auteurrechtelijk zit met user generated content. Ik had uit de berichtgeving rond het digitaliseringsproject van historische kranten van de KB al begrepen dat er problemen waren om de rechthebbenden van bijvoorbeeld ingezonden brieven op te sporen. Daarom wilde ik graag weten hoe de bibliotheek zou moeten omgaan met bijvoorbeeld door gebruikers geschreven recenties in My Discoveries. Daar blijkt precies het zelfde gevaar te bestaan. Een gebruiker heeft auteursrecht op zijn eigen recensie, en die recensie mag dus niet zondermeer verveelvoudigd (lees hergebruikt) worden.
Dat is een kolossaal potentieel probleem. Gelukkig bood de cursus ook perspectief op een oplossing. Met een Creative Commons licentie kan je namelijk afstand doen van bepaalde rechten die de auteurswet je verleent. Zo kan de gebruiker aangeven welk gebruik van zijn bijdrage hij wil toestaan. De uitdaging voor de bibliotheek is nu nog om die Creative Commons licentie op een gebruikersvriendelijke manier in toepassingen als de AquaBrowser te verwerken.
Een beperking op het auteursrecht die voor bibliotheken die hun collectie willen digitaliseren nog wel eens interessant zou kunnen zijn staat in artikel 15h. Enigzins samengevat komt het er op neer dat een voor het publiek toegankelijke niet-commerciele bibliotheek toegestaan is een werk via een besloten netwerk door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van de bibliotheek beschikbaar te stellen. Daar heb je misschien nog niet zo veel aan bij een openbare bibliotheek met een werkgebied van 30.000 inwoners en de corresponderende collectie, maar bij grotere organisaties (de openbare bibliotheek Nederland?) kan dat wel degelijk interessant worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)