maandag 8 maart 2010
AquaBrowser
De eerste vraag is over welke AquaBrowser je het eigenlijk hebt. Ik beheer de provinciale AquaBrowser voor Noord- en Zuid-Holland, maar er zijn alleen al in Nederland een landelijke AquaBrowser, 11 provinciale AquaBrowsers en tientallen lokale AquaBrowsers. Die veelheid maakt het meteen ingewikkeld. Mark Deckers pleitte laatst voor 1 AquaBrowser voor heel Nederland. Dat zou het landschap al een stuk overzichtelijker maken, denk ik. Maar zo ver is het nog niet.
Voorlopig hebben we de landelijke AquaBrowser. Die is bedoeld als uniforme ingang, en werd tot begin dit jaar door de VOB en Medialab als ontwikkelplatform gebruikt. Nieuwe content en functionaliteit kwamen eerst beschikbaar op http://zoeken.bibliotheek.nl en waren vervolgens beschikbaar voor alle andere Nederlandse AquaBrowsers. Ik weet niet zeker wie er nu verantwoordelijk is voor de landelijke AquaBrowser (ik veronderstel de Stichting Bibliotheek.nl) en of er nog doorontwikkeld wordt op het gebied van content en functionaliteit. Ik weet wel tamelijk zeker dat er op het moment niet gecommuniceerd wordt over die eventuele doorontwikkeling. Dat maakt het moeilijk om in te schatten wat er al dan niet landelijk ontwikkeld wordt.
En we hebben de provinciale AquaBrowsers, bijvoorbeeld www.hollandnet.nl. Een opvallend verschil tussen de landelijke AquaBrowser en (een deel van) de provinciale is dat provinciale AquaBrowsers niet alleen digitale content en titelbeschrijvingen bevatten, maar ook beschikbaarheidsinformatie. Ze zijn daarmee, in tegenstelling tot de landelijke AquaBrowser, bruikbaar als catalogus.
De provinciale AquaBrowser van Noord- en Zuid-Holland bevat veel informatie:
- de catalogi van alle openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland (17 systemen van 5 verschillende leveranciers)
- aanvullende titels uit het titelbestand van bibliotheek.nl en muziekweb
- artikelen uit 7 landelijke kranten en 6 opiniebladen
- Vragen uit de kennisbank van al@din en links uit Davindi+ en de G!ds
- informatie van de Consumentenbond, Keesings Historisch Archief, Cinema.nl en de Digitale Noord-Hollandse Atlas
- uitgaansinformatie van het UITburo Amsterdam en Uit-in-Noord-Holland
De complete provinciale collectie wordt opgenomen. Daarnaast wordt een zo groot mogelijk gedeelte van de landelijk ingekochte digitale content ontsloten. In een aantal gevallen (met name bij de informatie die van NBD|Biblion wordt gekocht) is dat niet mogelijk omdat er geen koppelvlak met de AquaBrowser gerealiseerd is. Uit het provinciale budget worden koppelingen gerealiseerd met informatie op het gebied van media (boeken, films, muziek, games) en op het gebied van kunst & cultuur (uitgaan, erfgoed, kunst). De leveranciers van die informatie werken soms op provinciaal of regionaal niveau (als het om erfgoed gaat) maar ook vaak op landelijk niveau. Het uitgangspunt is dat de content een verrijking van de catalogus biedt voor inwoners van Noord- en Zuid-Holland. En we werken bij voorkeur samen met partijen die zelf ook belang hebben bij het beschikbaar stellen van hun informatie. Daardoor hoeven we niet voor de geleverde informatie te betalen, maar alleen de kosten te dragen voor het ontsluiten van die informatie in de AquaBrowser.
En naast provinciale AquaBrowsers zijn er lokale. Soms als losstaande applicaties, maar steeds vaker als lokale skin op de provinciale AquaBrowser. Recent zijn bijvoorbeeld de bibliotheken Bollenstreek, Haarlem en omstreken en Zuid-Holland Zuidoost overgegaan op een lokale AquaBrowserskin.
Die lokale skins bieden een compleet titelaanbod op basis van de landelijke en provinciale titelbestanden, maar laten in hun presentatie en ranking de lokale collectie extra opvallen. Niet zozeer omdat van die bibliotheken alleen de eigen collectie uitgeleend mag worden, maar vooral omdat een lokaal beschikbaar, niet uitgeleend exemplaar nu eenmaal veel sneller geleend kan worden dan een exemplaar dat eerst uit een andere vestiging of bibliotheek opgestuurd moet worden. Door de integratie van Zoek&Boek bieden deze catalogi ook een prima toegang tot de collectie van het netwerk van bibliotheken. En doordat deze skins een eigen header (kop) hebben integreren ze goed met de functionaliteit van de website van de bibliotheek.
En gaat de ontwikkeling van de AquaBrowser nog door dit jaar? Ja. Er is in elk geval vanuit het provinciaal collectieplan van Noord-Holland budget beschikbaar om de AquaBrowser in te zetten voor een ‘uniforme toegang tot de netwerkcollectie’. Dat budget is niet voldoende om voor elke basisbibliotheek een eigen skin te ontwikkelen, maar geeft wel de ruimte om te experimenteren met hoe je de (provinciale) catalogus kunt gebruiken om het gebruik van de netwerkcollectie te stimuleren. Daarover schreef ik al eerder. Er is ook budget om de startpagina van de provinciale AquaBrowser rijker te maken, waarbij natuurlijk de toepasbaarheid in lokale bibliotheken vooropstaat. (Ik droom van een bron van inspiratie zoals in Brugge). En er is budget om extra bestanden te koppelen. Daarmee zal de rol van de provinciale AquaBrowser als verzamelplaats voor content op het gebied van erfgoed meer body gaan krijgen. Dan kan ook de subset over erfgoed ingezet gaan worden als digitaal HIP.
zondag 7 februari 2010
Netwerk
Mijn PID (project initiatie document) heb ik inmiddels ingeleverd, maar dat wil niet zeggen dat de contouren van mijn project al helemaal vastliggen. Deze week diende zich bijvoorbeeld nog een aanvulling aan.
Uit het budget voor 2009 voor het provinciaal collectieplan van de provincie Noord-Holland was geld overgebleven. Hoe dat kwam ben ik even kwijt, ik geloof dat er provinciale achtergrondcollecties opgebouwd zouden worden, waarvoor meer budget was toegekend dan er aanbod aan nieuwe titels was. Bij de bespreking daarover in de SOOB stelde een van de aanwezigen voor het overgebleven geld in te zetten om het gebruik van de AquaBrowser in de provincie Noord-Holland te bevorderen. En vervolgens was mijn project opeens een bedrag van € 40.000 rijker, in te zetten voor de promotie van de provinciale AquaBrowser.
Leuk natuurlijk, extra budget, maar in dit geval weegt de verantwoordelijkheid best zwaar. Want de directeur die voorstelde om de provinciale ABL te promoten heeft zelf al een eigen skin laten ontwikkelen, hij gelooft in het nut van een provinciale catalogus en in het idee dat zoeken met een AquaBrowser voor veel mensen aantrekkelijker is dan zoeken in een klassieke catalogus. Maar met dat provinciale geld moet natuurlijk iets ontwikkeld worden waar alle bibliotheken en/of alle bibliotheekgebruikers in Noord-Holland van profiteren.
En dan wordt het ingewikkeld. Want een aantal bibliotheken heeft liever dat hun klanten eerst in de eigen collectie van de basisbibliotheek kijken, en dat ze pas als in de collectie van de eigen bibliotheek onvoldoende materiaal aanwezig is overwegen om het materiaal van elders te laten komen. Terwijl andere bibliotheken een eigen versie van de provinciale catalogus hebben laten maken, en ze dus in hun eigen catalogus de hele provinciale collectie al ontsloten hebben.
Het promoten van de provinciale AquaBrowser is in dit geval dus niet het promoten van de website waarop je de catalogus kunt vinden, maar meer het promoten van een idee of concept. Een concept dat per bibliotheek op een verschillende manier ervaren wordt en waar per bibliotheek op een eigen manier een concrete vertaling van gemaakt is. Wat die € 40.000 ook gaat opleveren, het is geen folder of button die je naar een vaste website stuurt.
Gelukkig wordt het meestal ook wel interessant, als het ingewikkeld wordt. Zou het mogelijk zijn om een promotiecampagne te ontwikkelen, niet zozeer voor de provinciale catalogus (die volgens mij alleen het middel is) maar voor de provinciale collectie? Wat zou er dan gepromoot moeten worden? En hoe zou je dat aan kunnen pakken?
Als je eindgebruikers wilt laten profiteren van de provinciale collectie is het volgens mij belangrijk om de vraag “What’s in it for me?” te beantwoorden. Wat heeft de eindgebruiker eigenlijk aan die provinciale collectie? Daar kan je vast ook een jaar over discussiëren, maar volgens mij kom je een heel eind met ideeën in de richting van niche-markten en the long tail. Het mooie aan de provinciale collectie is dat alle bibliotheken van Noord-Holland gezamenlijk een veel gevarieerder collectie kunnen opbouwen en beschikbaarstellen dan alle afzonderlijke vestigingen en basisbibliotheken. Dankzij het provinciale netwerk kunnen dorps- en wijkbibliotheken zich concentreren op retailprincipes om hun lokale collectie zo op te bouwen dat hij perfect aan de lokale vraag voldoet, terwijl het netwerk de vervulling van de minder gangbare informatiebehoefte mogelijk maakt.
Als dat idee klopt is het volgens mij een goed idee om je bij je promotie te richten op die delen van het informatieaanbod waar lokaal wel vraag naar is, maar waarop het aanbod moeilijk lokaal geregeld kan worden. Als het goed is zijn dat ook de onderwerpen die in het provinciaal collectieplan als eerste aangepakt worden. Voor die onderwerpen zou je vervolgens op papier en digitaal een wervend verhaal moeten kunnen houden, waarin je aangeeft hoe je als lokale eindgebruiker kunt profiteren van het provinciale aanbod. Dat doe je, lijkt me, door een aantrekkelijk beeld te geven van het materiaal dat in de provincie beschikbaar is rond een onderwerp (of genre, of taal, of wat voor kenmerk dan ook) en vervolgens aan te geven hoe de bibliotheekgebruiker dat materiaal kan bemachtigen.
En dan promoot je dus zowel de provinciale collectie als de provinciale catalogus. Maar ook Zoek&Boek en het bibliotheekpaspoort als manieren om het materiaal echt in handen te krijgen. Want voor de moderne bibliotheekgebruiker gaan ‘discovery’ en ‘delivery’ hand in hand.
woensdag 11 juni 2008
Auteursrecht voor de digitale bibliotheek
Vorige week volgde ik een opfriscursus auteursrecht bij het GO. Natuurlijk zijn er allerlei technische ontwikkelingen waar je als bibliothecaris 2.0 van op de hoogte moet zijn, maar het is ook goed om te weten of alles wat kan ook mag.
Tijdens de dag herinnerde ik me weer dat ik auteursrecht ook op de Frederik Muller Academie al heel interessant vond. De schijnbaar onwrikbare logica waarin bij nadere beschouwing, binnen de grenzen van de wet, heel veel creativiteit mogelijk is spreekt me aan.
De grote lijn van de wet, verwoord in artikel 1, was me dan ook wel bijgebleven: "Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld."
De cursus volgde de opbouw van dit eerste artikel, waarbij achtereenvolgens werd ingegaan op
- de maker
- het werk
- openbaarmaken en verveelvoudigen
- de beperkingen
Ik ga natuurlijk niet de hele inhoud van de cursus navertellen (dat zou mij zelfs in auteursrechtelijke problemen kunnen brengen), maar ik wil een paar zaken noemen die me van belang lijken.
Hoe zit het bijvoorbeeld met het indexeren van websites, zoals bijvoorbeeld Google dat doet? Dat valt onder een van de beperkingen op het auteursrecht, beschreven in artikel 15a. Je mag (onder bepaalde voorwaarden) citeren uit een werk. Daarbij is het van belang dat de lengte van het citaat redelijk is. Je mag dus niet de volledige tekst kopieeren onder het mom van citeren.
Dat heeft ook voor de AquaBrowser duidelijk consequenties. We zijn van plan daarin informatie van betrouwbare organisaties zoals musea, archieven, onderwijsinstellingen of overheden op te nemen. Maar die informatie mogen we dus niet zomaar overnemen, zelfs niet als de desbetreffende organisatie die informatie zelf al publiek toegankelijk op internet gezet heeft. Dat betekent dat we met die organisaties een soort licentieovereenkomst zullen moeten afsluiten waarin we afspraken maken over het gebruik dat we van hun informatie maken. Dat waren we toch al wel van plan, omdat het veel prettiger samenwerkt als zo'n organisatie weet wat je van plan bent, maar het blijkt dus zelfs juridisch noodzakelijk te zijn.
Een andere vraag waarmee ik naar de cursus ging was hoe het auteurrechtelijk zit met user generated content. Ik had uit de berichtgeving rond het digitaliseringsproject van historische kranten van de KB al begrepen dat er problemen waren om de rechthebbenden van bijvoorbeeld ingezonden brieven op te sporen. Daarom wilde ik graag weten hoe de bibliotheek zou moeten omgaan met bijvoorbeeld door gebruikers geschreven recenties in My Discoveries. Daar blijkt precies het zelfde gevaar te bestaan. Een gebruiker heeft auteursrecht op zijn eigen recensie, en die recensie mag dus niet zondermeer verveelvoudigd (lees hergebruikt) worden.
Dat is een kolossaal potentieel probleem. Gelukkig bood de cursus ook perspectief op een oplossing. Met een Creative Commons licentie kan je namelijk afstand doen van bepaalde rechten die de auteurswet je verleent. Zo kan de gebruiker aangeven welk gebruik van zijn bijdrage hij wil toestaan. De uitdaging voor de bibliotheek is nu nog om die Creative Commons licentie op een gebruikersvriendelijke manier in toepassingen als de AquaBrowser te verwerken.
Een beperking op het auteursrecht die voor bibliotheken die hun collectie willen digitaliseren nog wel eens interessant zou kunnen zijn staat in artikel 15h. Enigzins samengevat komt het er op neer dat een voor het publiek toegankelijke niet-commerciele bibliotheek toegestaan is een werk via een besloten netwerk door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van de bibliotheek beschikbaar te stellen. Daar heb je misschien nog niet zo veel aan bij een openbare bibliotheek met een werkgebied van 30.000 inwoners en de corresponderende collectie, maar bij grotere organisaties (de openbare bibliotheek Nederland?) kan dat wel degelijk interessant worden.
zondag 4 mei 2008
Sociale bibliotheekcatalogi

Als service-manager Aqua-Browser moet ik hierover natuurlijk een post schrijven die hout snijdt. Het lastige is alleen, dat naarmate ik meer van een onderwerp afweet, ik meer de schaduwzijde ga zien. Ik zal eens kijken waar ik vandaag op uitkom.
Onze AquaBrowser heet overigens ZoekGenie en is (binnenkort) te vinden op http://www.zoekgenie.nl/
Aan het op die URL verschijnen van de provinciale catalogus voor Noord- en Zuid-Holland gaat inmiddels ruim een jaar voorwerk vooraf. In april 2007 begon ik met het schrijven van een projectplan voor het uitrollen van de AquaBrowser in Zuid-Holland. In Noord-Holland ging ook een ABL komen, maar daar was op dat moment nog niet zeker dat er door de provincie financiën beschikbaar gesteld zouden worden voor een provinciale catalogus, dus die zouden later aanhaken. Dat projectplan schreef ik voor de programmamanager digitale bibliotheek, die het in mei voorlegde aan de stuurgroep digitale bibliotheek, een afvaardiging uit SOOB en BOZH. Na nog wat heen en weer gediscusieerd te hebben (vooral over geld) kreeg Medialab, de leverancier, in augustus de opdracht om van start te gaan met het koppelen van de catalogussystemen van alle openbare bibliotheken in Zuid-Holland.
In die zelfde periode werd onderzocht wat de financiele consequenties op de langere termijn van het werken met de ABL zouden zijn. Dat lijkt natuurlijk rijkelijk laat, maar ik kan je verzekeren dat er volop producten zijn die de projectfase niet overleefd hebben omdat er nooit gekeken is naar de kosten van instanthouding van het product. De conclusie uit dat onderzoek was dat het welliswaar organisatorisch ingewikkelder zou zijn om een bovenprovinciale ABL te bouwen, maar dat het financiele voordelen had. Op die manier kon namelijk met hetzelfde geld een completere catalogus gebouwd worden.
Het mooie van de ABL is namelijk dat hij niet alleen de catalogi van bibliotheken kan ontsluiten, maar ook de landelijk ingekochte digitale collectie. En de ABL kan gebruikt worden om andere bronnen, zoals de informatie van samenwerkingspartners te ontsluiten. In ZoekGenie is er voor gekozen om een twaalftal bestanden op drie gebieden te ontsluiten met provinciaal geld. Het gaat daarbij om bestanden op de gebieden: Lezen en literatuur, Kunst en cultuur en Erfgoed. Maar zo ver zijn we nog niet.
In 2007 zijn bijna alle bibliotheekcatalogi uit Noord- en Zuid-Holland opgenomen in de ABL. Begin 2008 is de ABL getest door bibliothecarissen uit een dertigtal bibliotheekorganisaties. Daarbij kwam nogal wat naar boven.
Voor een deel waren dat zaken die bij het koppelen van de afzonderlijke bibliotheekcatalogi nog niet goed opgelost waren. Voor een deel waren het problemen die wel bekend waren uit eerdere provinciale AquaBrowsers, maar die bij een systeem van deze omvang veel groter waren dan bij eerdere systemen. Voor een deel ook, waren het zaken waar de afzonderlijke testers over van mening verschilden. Wat de een een prima oplossing vond was voor de ander niet acceptabel.
En daar kwam duidelijk het probleem van een provinciale ABL naar voren. Hoe richt je een systeem in, als dat systeem uiteindelijk door 50 verschillende organisaties gebruikt gaat worden? Je loopt dan een enorm risico dat het een systeem wordt dat van compromissen aan elkaar hangt, een systeem waarin iedere echte vernieuwing in de kiem gesmoord wordt doordat die te ver gaat voor de minst vooruitstrevende bibliotheken, kortom een middelmatig systeem dat zich aanpast aan de achterhoede van het bibliotheekveld.
De oplossing die ik hiervoor in gedachten heb is om het systeem steeds flexibeler te maken. Een bibliotheek heeft nu al de mogelijkheid om een eigen skin voor ZoekGenie te laten maken, waarin eigen keuzes voor de vormgeving en voor uitbreiding of inperking van de functionaliteit gemaakt kunnen worden. Maar dat gaat me nog niet ver genoeg. Volgens mij zou de catalogus zich uiteindelijk aan elke individuele gebruiker moeten kunnen aanpassen. Zo kan iemand die aan infostress lijdt kiezen voor een rustige vormgeving met een zeer beperkt aantal bronnen waarin gezocht wordt en waaruit een beperkt aantal hits getoond wordt. En een infojunk zoekt juist in alle bronnen, omdat die zich graag wil laten verrassen. De historisch geinteresseerde zoekt standaard in alle erfgoedbronnen en de sociale bibliotheekgebruiker geeft de lijstjes en tags van andere gebruikers een groter gewicht mee.
En, om nog even de link naar Worldcat te leggen, die superflexibele ABL zal de catalogusrecords van alle bibliotheken in Nederland, Vlaanderen, Aruba en de Antillen bevatten. Waarbij die records dan ook nog eens één vaste URL per werk hebben, zodat ze in zoekmachines goed vindbaar worden.