maandag 26 mei 2008
En ze leefden nog lang en gelukkig ...
Eigenlijk zit ik al drie weken tegen dit bericht aan te hikken, of me er op voor te bereiden, of hoe je het ook noemen wilt. Ik ga namelijk niet stoppen met bloggen, maar ben toch nog wat huiverig om zo zonder cursus de buitenwereld in te stappen. En zo lang ik m'n afsluitende ding nog niet gedaan heb valt het natuurlijk nog wel binnen de vertrouwde wereld van de cursus.
Eerst maar even terugblikken. Wat vind ik nu achteraf van de hele cursus? Iedereen die mijn blog een beetje heeft gevolgd zal wel begrijpen dat ik erg enthousiast ben over de 23 dingen. Over de inhoud, maar nog meer over de vorm van de cursus eigenlijk. Ik was tot nu toe altijd een beetje sceptisch over e-learning, maar deze keer ben ik compleet overtuigd.
De hoogtepunten wat mij betreft:
- De begeleiding door o.a. een 'echte' blogger
- Meelezen en -leven met je collega's
- Gelezen worden door en feedback krijgen van vakgenoten en andere geinteresseerden.
En de leukste 'dingen'
- #2, een weblog bijhouden (zie hierboven)
- #4, RSS lezen (omdat je daardoor als vanzelf gevoed wordt met de ideeen van anderen)
- #22, Bibliotheek 2.0 (omdat ik de losse dingen wel interessant vind, maar het voor mij pas echt leuk wordt als ik begin te fantaseren over hoe ik die dingen zelf kan gebruiken / integreren / toepassen in m'n werk)
Vooruitblikkend ben ik al een poosje bezig m'n digitale werkelijkheid aan te passen aan de fase na-23-dingen. Daarbij heb ik dankbaar gebruik gemaakt van een bericht van WOW!ter. Ik heb m'n blog hernoemd (het lidwoord gaf sorteerinconsequenties), een feedburner-feed aangemaakt en als enige feed in de sidebar gezet, het aantal labels voor m'n berichten verkleind en een overzicht van recent commentaar in de sidebar gezet.
Daarnaast probeer ik het aantal feeds dat ik lees te verkleinen, zodat ik niet alsmaar het idee heb dat ik dingen mis en naast het lezen van blogs ook nog tijd overhoud voor het schrijven op m'n eigen blog. In dat kader ben ik van Feedreader afgestapt en heb nu Google Reader als enige RSS-reader.
Ook heb ik nagedacht over de focus van m'n blog. Het ligt voor de hand om geregeld over de AquaBrowser te berichten. Daarnaast ligt m'n grootste interesse nu bij het integreren van (web 2.0) functionaliteit, de vraag hoe je als bibliotheek je klanten een samenhangend geheel van informatie aan kunt bieden. Daarmee kom je op onderwerpen als dataportabilty, open source, mash-ups en misschien ook informatiearchitectuur. Vrij technische onderwerpen, dus, maar wel zaken waar de bibliotheek iets mee moet. Misschien is mijn focus wel de vraag hoe we ontwikkelingen in de technologie kunnen inzetten om de informatiebemiddeling te verbeteren. Maar wel jammer om dan het hele marketing-verhaal buiten beschouwing te laten...
Straks m'n blogroll nog aanvullen met een aantal favoriete blogs. Bij de cursusblogs uit Overijssel zitten echte pareltjes, maar ik mag van mezelf maar 20 blogs noemen. Ook daarin moet een bibliothecaris kunnen selecteren. En nog even kijken of ik de widget voor m'n Shared Feeds mooier kan krijgen.
En dan maar afwachten of het writers block toeslaat, of dat ik voldoende op snelheid ben om door te schrijven. Ik ben benieuwd ...
donderdag 15 mei 2008
De toekomst
Nee, zo makkelijk maak ik me er niet vanaf ;-)
Dat de bibliotheek- sector er nog niet uit is wat er moet gebeuren om onze toekomst en die van de informatievoorziening in Nederland veilig te stellen wil nog niet zeggen dat ik daar zelf geen mening over heb.
Toen ik op de Frederik Muller Academie zat leerde ik daar dat de taak van de bibliotheek is: Het opsporen, selecteren, ontsluiten en beschikbaar stellen van informatie. Sinds die tijd is er het nodige veranderd (ik had toen al wel een computer, maar internet bestond nog niet) maar eerlijk gezegd denk ik dat er in de samenleving nog steeds heel veel behoefte is aan deze vaardigheden. We hoeven dus helemaal niet zo ver te zoeken om onze kernwaarden te vinden.
Wat de zaak vertroebelt is dat de openbare bibliotheken in Nederland zich (met name in de negentiger jaren) toegelegd hebben op het gratis beschikbaar stellen van boeken. Die functie van de openbare bibliotheek zal inderdaad steeds minder belangrijk worden. Op het moment lijkt het er op dat steeds meer informatie gratis beschikbaar komt op internet. Daarbij moet aangetekend worden dat kwalitatieve informatie (goed geformuleerd, genuanceerd, betrouwbaar) juist steeds exclusiever aangeboden zou kunnen gaan worden, waarbij de rechten van auteurs en de commerciele belangen van distributeurs de toegang tot die informatie effectief afschermen.
Ook op het gebied van het opsporen van informatie is de bibliotheek op dit moment niet de aangewezen partij. Dat is precies waar Google zo goed in is.
Maar het selecteren en ontsluiten van informatie zijn vaardigheden waar de maatschappij steeds nadrukkelijker om vraagt. Dat zie je aan de behoefte aan mediawijsheid bij de overheid, dat hoor je bij VMBO'ers die helemaal niet zitten te wachten op 30.000 hits in Google maar liever een duidelijk gestructureerd boek gebruiken, dat lees je in het NRC, waar Egbert Dommering een toenemende behoefte aan "redactie, duiding en selectie" signalert en zowel hij als Abraham de Swaan verwachten dat er nieuwe autoriteiten / poortwachters / opinion leaders zullen opstaan.
En hoe gaan we dat dan aanpakken? Met behulp van web 2.0 tools.
Daarmee is het helemaal niet zo moeilijk om gezamenlijk een overzicht van kwalitatief goede sites te maken. En als dat gezamenlijke overzicht er is, kan het zonder al te veel moeite door iedere bibliotheek in zijn eigen vormgeving op zijn eigen website gepresenteerd worden. En laten we dat gezamenlijk vooral ruim opvatten. Onze klanten hebben verstand van allerlei zaken. Laten we ze als vrijwilliger 2.0 betrekken bij de bibliotheek door ze de kans te geven die kennis met de gemeenschap te delen. En laten we daar gewoon mee beginnen. Er zijn (onder anderen dankzij de 23 dingen) her en der bibliothecarissen die hun persoonlijke en inlichtingenfavorieten in del.icio.us opslaan. Als we met een paar creatievelingen bedenken hoe we die favorieten willen organiseren en hoe we dit initiatief zo breed mogelijk onder de aandacht brengen zijn we er.
En trouwens, we gaan natuurlijk ook gzamenlijk interessante content die nog niet vrij op internet staat inkopen en die zo verspreiden dat onze klanten er gemakkelijk gebruik van kunnen maken. En we gaan het toevoegen van recensies aan de bibliotheekcatalogi stimuleren door zelf op blogs over onze favorieten te schrijven. En we gaan vast nog allerlei andere dingen doen die we vandaag nog niet kunnen verzinnen, maar waarvan we volgend jaar opeens zien dat het nodig is. En wat we in elk geval NIET gaan doen is afwachten totdat duidelijk is wat er de komende tien jaar gaat gebeuren. We beginnen gewoon. Nu.
Vijf voor twaalf
Ik zou zo graag eens een blogpost schrijven die prachtig onderbouwd is, met allerlei mooi gelinkte citaten. Maar het komt er nooit van. Op dit bericht bijvoorbeeld loop ik al een week te broeden, maar het is er nog niet van gekomen mijn bronnen te verifieren en mijn citaten te checken. Vooral niet omdat er gisteren een storing was bij Xs4all. Dat moeten ze niet te vaak doen! Het is verontrustend hoe ik daardoor van slag raak. Het is bijna voldoende om een keer vroeg naar bed te gaan, want wat moet je anders, als je geen verbinding met internet hebt?
Maar goed, de toekomst van het bibliotheekwerk was het onderwerp waarover ik wilde schrijven. Daarover is de afgelopen tijd veel gepubliceerd. Het SCP heeft onderzoek gedaan en de resultaten daarvan gepubliceerd en de Stuurgroep Bibliotheken heeft haar eindrapport opgemaakt.
Het SCP zegt over de toekomst van de bibliotheek: "De waarschijnlijke toekomst toont een verder afnemend bibliotheekgebruik, wat leidt tot een beperkter draagvlak voor de bibliotheek onder de bevolking." En in de handreikingen voor beleid noemen ze drie urgente punten voor de korte termijn, namelijk:
- continuering van samenwerking tussen de branche en de drie overheidslagen in het belang van de inhoudelijke vernieuwing van het openbaar bibliotheekwerk.
- oplossingen zoeken voor het dreigende tekort aan personeel, in het bijzonder personeel dat de inhoudelijke vernieuwing kan vormgeven
- kennislacunes opvullen met onderzoek.
De Stuurgroep besteedt het slothoofdstuk van haar eindrapport aan de toekomst van de bibliotheeksector. In dat hoofdstuk jammergenoeg geen puntsgewijze opsomming van de kern van de zaak. Volgens mij komt het er op neer dat de stuurgroep de analyse van het SCP deelt. De stuurgroep verwacht in de toekomst tekortkomingen aan de informatievoorziening in termen van onafhankelijkheid, pluriformiteit, objectiviteit, betrouwbaarheid en sociale cohesie. Vervolgens concludeert ze dat de bibliotheek de eerst aangewezen voorziening is om deze tekortkomingen te verhelpen, maar dat het niet waarschijnlijk is dat dat zal lukken.
Wat mij enigzins verraste is dat dit alles voor de Stuurgroep geen reden is om "met vertoon van daadkracht" doelen vast te leggen die "over tien jaar gegarandeerd achterhaald blijken te zijn". Nee, de stuurgroep verwacht een beleidsintensief proces, de sector zal alle zeilen bij moeten zetten en minstens een maal in de vier jaar moet over de volle breedte van de openbare bibliotheek worden bekeken hoe die er voor staat en wat dat betekent voor de verdere koers. Voor de sector moet volgens de stuurgroep alle aandacht gericht zijn op systeemconvergentie.
Maar wat gaan we nu doen???
Ik had verwacht dat aan het eind van het proces van bibliotheekvernieuwing uitspraken gedaan zouden worden over de richting die het bibliotheekwerk de komende jaren moet kiezen. Volgens mij is de conclusie nu vooral dat het ernstig is en dat we snel gezamenlijk moeten besluiten wat we gaan doen als sector. Maar dat wisten we toch twee jaar geleden ook al? Waarschijnlijk was het naief van me om te verwachten dat een proces concrete oplossingen zou opleveren, maar ik vind het zelf geen onredelijke verwachting.
zondag 4 mei 2008
Sociale bibliotheekcatalogi

Als service-manager Aqua-Browser moet ik hierover natuurlijk een post schrijven die hout snijdt. Het lastige is alleen, dat naarmate ik meer van een onderwerp afweet, ik meer de schaduwzijde ga zien. Ik zal eens kijken waar ik vandaag op uitkom.
Onze AquaBrowser heet overigens ZoekGenie en is (binnenkort) te vinden op http://www.zoekgenie.nl/
Aan het op die URL verschijnen van de provinciale catalogus voor Noord- en Zuid-Holland gaat inmiddels ruim een jaar voorwerk vooraf. In april 2007 begon ik met het schrijven van een projectplan voor het uitrollen van de AquaBrowser in Zuid-Holland. In Noord-Holland ging ook een ABL komen, maar daar was op dat moment nog niet zeker dat er door de provincie financiën beschikbaar gesteld zouden worden voor een provinciale catalogus, dus die zouden later aanhaken. Dat projectplan schreef ik voor de programmamanager digitale bibliotheek, die het in mei voorlegde aan de stuurgroep digitale bibliotheek, een afvaardiging uit SOOB en BOZH. Na nog wat heen en weer gediscusieerd te hebben (vooral over geld) kreeg Medialab, de leverancier, in augustus de opdracht om van start te gaan met het koppelen van de catalogussystemen van alle openbare bibliotheken in Zuid-Holland.
In die zelfde periode werd onderzocht wat de financiele consequenties op de langere termijn van het werken met de ABL zouden zijn. Dat lijkt natuurlijk rijkelijk laat, maar ik kan je verzekeren dat er volop producten zijn die de projectfase niet overleefd hebben omdat er nooit gekeken is naar de kosten van instanthouding van het product. De conclusie uit dat onderzoek was dat het welliswaar organisatorisch ingewikkelder zou zijn om een bovenprovinciale ABL te bouwen, maar dat het financiele voordelen had. Op die manier kon namelijk met hetzelfde geld een completere catalogus gebouwd worden.
Het mooie van de ABL is namelijk dat hij niet alleen de catalogi van bibliotheken kan ontsluiten, maar ook de landelijk ingekochte digitale collectie. En de ABL kan gebruikt worden om andere bronnen, zoals de informatie van samenwerkingspartners te ontsluiten. In ZoekGenie is er voor gekozen om een twaalftal bestanden op drie gebieden te ontsluiten met provinciaal geld. Het gaat daarbij om bestanden op de gebieden: Lezen en literatuur, Kunst en cultuur en Erfgoed. Maar zo ver zijn we nog niet.
In 2007 zijn bijna alle bibliotheekcatalogi uit Noord- en Zuid-Holland opgenomen in de ABL. Begin 2008 is de ABL getest door bibliothecarissen uit een dertigtal bibliotheekorganisaties. Daarbij kwam nogal wat naar boven.
Voor een deel waren dat zaken die bij het koppelen van de afzonderlijke bibliotheekcatalogi nog niet goed opgelost waren. Voor een deel waren het problemen die wel bekend waren uit eerdere provinciale AquaBrowsers, maar die bij een systeem van deze omvang veel groter waren dan bij eerdere systemen. Voor een deel ook, waren het zaken waar de afzonderlijke testers over van mening verschilden. Wat de een een prima oplossing vond was voor de ander niet acceptabel.
En daar kwam duidelijk het probleem van een provinciale ABL naar voren. Hoe richt je een systeem in, als dat systeem uiteindelijk door 50 verschillende organisaties gebruikt gaat worden? Je loopt dan een enorm risico dat het een systeem wordt dat van compromissen aan elkaar hangt, een systeem waarin iedere echte vernieuwing in de kiem gesmoord wordt doordat die te ver gaat voor de minst vooruitstrevende bibliotheken, kortom een middelmatig systeem dat zich aanpast aan de achterhoede van het bibliotheekveld.
De oplossing die ik hiervoor in gedachten heb is om het systeem steeds flexibeler te maken. Een bibliotheek heeft nu al de mogelijkheid om een eigen skin voor ZoekGenie te laten maken, waarin eigen keuzes voor de vormgeving en voor uitbreiding of inperking van de functionaliteit gemaakt kunnen worden. Maar dat gaat me nog niet ver genoeg. Volgens mij zou de catalogus zich uiteindelijk aan elke individuele gebruiker moeten kunnen aanpassen. Zo kan iemand die aan infostress lijdt kiezen voor een rustige vormgeving met een zeer beperkt aantal bronnen waarin gezocht wordt en waaruit een beperkt aantal hits getoond wordt. En een infojunk zoekt juist in alle bronnen, omdat die zich graag wil laten verrassen. De historisch geinteresseerde zoekt standaard in alle erfgoedbronnen en de sociale bibliotheekgebruiker geeft de lijstjes en tags van andere gebruikers een groter gewicht mee.
En, om nog even de link naar Worldcat te leggen, die superflexibele ABL zal de catalogusrecords van alle bibliotheken in Nederland, Vlaanderen, Aruba en de Antillen bevatten. Waarbij die records dan ook nog eens één vaste URL per werk hebben, zodat ze in zoekmachines goed vindbaar worden.
dinsdag 22 april 2008
Streaming audio

Last.fm is helemaal geweldig. Ten eerste omdat het (als je je privacy opgeeft en een programmaatje installeert dat precies volgt wat je doet) precies bijhoudt naar welke muziek je op je computer luistert. Je kunt dan je eigen artiesten-top 500 bekijken, zien welke nummers je het meest 'draait' en zelfs welke albums je het vaakst beluisterd hebt. Prachtig, als je zoals ik van lijstjes houdt.
Het programma is ook te gebruiken om adviezen over muziek die je nog niet kent, maar waarschijnlijk wel leuk zult vinden te gebruiken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens van al die mensen die hun muziekgebruik registreren in Last.fm. Als een groot deel van de mensen die van de Nits houden ook van de Beatles houdt zou het best kunnen dat jij, als je van de Nits houdt, ook van de Beatles houdt. Ik vind dat niet vaak eer verrassende dingen opleveren. Een beetje muziekliefhebber kent veel van de aangeraden muziek al wel.
Wat wel leuk is, is zoeken via de door anderen (of jezelf) toegevoegde tags. Als je op zoek bent naar muziek in een bepaald genre (of zoals ik ooit was, naar muziek uit een specifek land) kan je veel profijt hebben van tag radio. Een streaming audio'station' met nummers die een specifieke tag gekregen hebben. Zo kan je na wat voorwerk een dagje luisteren aar een bepaalde tag, en vervolgens op het gehoor bepalen wat je leuk genoeg vindt om zelf te hebben.
Als je muziek echt zelf wil hebben moet je trouwens niet of nauwelijks bij Last.fm zijn. Het programma levert (in verband met de rechten) vrijwel alleen streaming audio. Als je van tevoren weet wat je wilt horen moet je ergens anders zijn, bijvoorbeeld bij Muziekweb.
Muziekweb laat al jaren zien hoe je deze technologie in de openbare bibliotheek kunt toepassen. Muziekadvies, de MuziekWebWijzers maar ook digitaal lenen, de CRD draait er zijn hand niet voor om. En het schijnt dat ze binnenkort ook streaming audio gaan aanbieden ...
maandag 14 april 2008
Sociale (?) netwerken

Hoe langer we met het 23-dingen-programma bezig zijn, hoe meer ik tot de ontdekking kom dat ik op de 23-dingen-manier al twee jaar bezig ben het sociale web te ontdekken. Ook op het gebied van sociale netwerken heb ik me in de loop van de tijd al bij van alles aangemeld. Zo heb ik een profiel op Hyves, MySpace, Facebook, LinkedIn en Plaxo. Op Ning ben ik zelfs lid van vier netwerken. Maar eigenlijk doe ik met de meeste van die netwerken zo goed als niets.
Plaxo is een uitzondering. Omdat Plaxo vooral gegevens aggregeert die de deelnemers op andere plaatsen op het web produceren is het een aardige manier om te volgen waar je vrienden en kennissen mee bezig zijn, en zelf aan de wereld te laten zien wat je bezig houdt. Op mijn Plaxo-stream zie je zowel de berichten op dit blog als de berichten op mijn receptenblog, je kunt volgen welke blogposts ik deel in Google Reader en er wordt wekelijks een update van mijn meest beluisterde artiesten geplaatst (daarover in het volgende blogbericht meer). Jammer genoeg werkt de koppeling met deli.cio.us niet goed, dus van mijn favoriete weblinks blijf je op Plaxo nog verstoken.
Een andere uitzondering is het Bibliotheek 2.0 netwerk op Ning. Omdat het daar over mijn vak gaat heb ik eerder de neiging om te reageren op berichten, en ik volg daar de discussies ook vrij goed. Overigens ben ik dan nog steeds geen veelschrijver. Ik lees meer dan ik schrijf.
Omdat ik dus al vrij veel geexperimenteerd heb met het lid worden van netwerken wilde ik deze keer iets anders doen. En begin vorige week was er een prachtige aanleiding om zelf een netwerk op te zetten. We hadden het in het servicemanagersoverleg (het overleg van de servicemanagers van de afdeling digitale bibliotheek, die zich bezig houden met al@din, zoek&boek, aquabrowser, schoolbieb en de g!ds) over de communicatie met de bibliotheekmedewerkers. Momenteel houden we de lokale coordinatoren op de hoogte van de ontwikkelingen per mail en met halfjaarlijkse bijeenkomsten. Maar we merken dat er soms toch onduidelijkheid ontstaat, bijvoorbeeld omdat er vragen leven bij andere mensen dan de coordinator.
Daarnaast is de communicatie nu nog voor een groot gedeelte eenrichtingsverkeer. De servicemanager heeft mededelingen, de bibliotheekmedewerkers stellen vragen. Die situatie is natuurlijk begrijpelijk op het moment dat een dienst nog nieuw is, en centraal aangestuurd uitgerold wordt. Maar op het moment dat een digitaal product echt overgedragen is aan het netwerk is het wenselijk als de bibliotheken ook echt invloed hebben op de richting waarin het zich ontwikkelt. Door een netwerk op te zetten over de digitale bibliotheek hopen we op termijn een dergelijke open communicatie te bereiken.
En in de geest van permanent-ß heb ik meteen maar een voorbeeldje gebouwd. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk bij Ning. Veel ingewikkelder is het om zo'n netwerk optimaal in te richten. De eerste hindernis die ik daarbij tegen kwam was de vraag: "open of gesloten?". Omdat ik verwacht dat deelnemers vrijer zullen praten als ze in een gesloten netwerk zitten heb ik in eerste instantie voor gesloten gekozen. Maar in een gesloten netwerk worden geen RSS-feeds gegenereerd. Onacceptabel! Dus moest het alsnog een open netwerk worden.
Voorlopig heb ik alleen nog maar ProBiblio-collega's uitgenodigd om lid te worden, maar ik denk dat we binnenkort de sprong maar moeten wagen en een groep bibliothecarissen moeten uitnodigen. Spannend!
Overigens heb ik overwogen om dit netwerk als groep binnen de Bibliotheek 2.0-community op te zetten, maar daar vooralsnog van af gezien. Ik denk dat het, als je zo'n netwerk ook voor je formele communicatie wilt gebruiken, belangrijk is om toch wat meer 'beheer' te voeren dan nu in Bibliotheek 2.0-groepen gebeurt. Waarbij ik overigens niet uitsluit dat het op termijn toch handiger is om 'nationaal' te gaan.
vrijdag 4 april 2008
LibraryThing
Ik zelf heb mij bij LibraryThing als catalogiseerder ontpopt. Een van de mooiste aspecten van LibraryThing is namelijk dat je de informatie over al die schrijvers en werken die vanuit ruim 600 bronnen ingevoerd kan worden kunt beheren. Mijn hobby is het samenvoegen van boeken die welliswaar los in het systeem zitten, maar in feite het zelfde werk zijn. Over wat het zelfde werk is wil nog wel eens discussie ontstaan, maar volgens mij gaat het er om alle boeken die 'toevallig' verschillend zijn samen te voegen tot een werk. Onder toevallig valt dan bijvoorbeeld het fenomeen dat twee boeken verschillende edities van dezelfde titel zijn. Onder toevallig valt binnen LibraryThing ook zeer expliciet het toeval dat de een een boek in de oorspronkelijke taal kan lezen en de ander het met een vertaling doet. Ik besteed veel tijd aan het samenvoegen van Nederlandse (en ook wel Scandinavische, Duitse en Franse) titels met hun Engelse equivalent.
Het effect van dat samenvoegen is dat ook de aanbevelingen die je op basis van je collectie krijgt niet meer puur gebaseerd zijn op de toevallige vertaling die je van een werk bezit, maar dat je ook adviezen krijgt op basis van de collecties van mensen met dezelfde interesse maar een andere moedertaal.
Ook voor tags heeft LibraryThing een samenvoegmogelijkheid (al zit die heel diep verborgen). Daardoor is het mogelijk aan je collectie Nederlandstalige trefwoorden toe te kennen, en bij het zoeken op trefwoord toch een vrij compleet overzicht van alle in LT opgenomen titels te zien.
Volgens mij is LibraryThing de top van de 2.0 websites als het gaat om toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid voor niet Engelstalige gebruikers.
Vogelspotten 2.0
In het Nederlands vond ik eigenlijk alleen waarneming.nl Een leuke site, die veel meer laat zien dan alleen vogelwaarnemingen. Je kunt daar al je natuurwaarnemingen kwijt, wat natuurlijk een veel completer beeld geeft. Jammer dat het terugzoeken van andermans waarnemingen niet echt gebruiksvriendelijk is. In eerste instantie dacht ik dat er geen kaartjes te vinden waren, maar die blijken te voorschijn te komen als je voor "Excursieplanner rond coordinaat" kiest. Lastig dat je daar niet meteen een coordinaat lijkt te kunnen invullen. Je begint ergens in de buurt van Parijs en kunt dan scrollen naar het gebied dat je echt zoekt. Daar aangekomen kan je aangeven wat voor soort waarnemingen je wilt zien (dieren- of plantengroep en mate van zeldzaamheid).
In het Engels vond ik Geobirds de mooiste site. Op die site zijn waarnemingen wel goed op een kaart terug te zoeken, alleen, de site wordt zo goed als niet door Nederlandse vogelaars gebruikt, dus het aantal aangemelde waarnemingen in Nederland is minimaal. Leuk voor op vakantie in de VS, maar voor dagelijks gebruik te arm.
Eigenlijk denk ik dat dat wat ik zoek wel bestaat, maar dat de vogelaars het lekker voor zichzelf houden. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen, want je moet toch niet denken aan een horde dagjesmensen die allemaal precies weten waar de zeeadelaar van Flevoland te zien is, maar die geen enkel benul hebben hoe je zo'n dier kunt bekijken zonder hem meteen tot emigreren te dwingen. Ik denk dat deze mensen er meer van weten dan ze willen vertellen.
woensdag 26 maart 2008
Nog eentje dan
Al het goede komt in drieeën, maar als het gaat om bibliotheekfilmpjes ontbreekt er toch nog één aan mijn vorige bericht. Eerlijk gezegd wilde ik nog snel even m'n bericht posten voor ik naar Obdam vertrok gisterochtend, en had ik daardoor pas later op de dag door dat 'A Librarian's 2.0 Manifesto' en 'The Machine is Us/ing Us' in mijn geheugen tot 1 filmje versmolten waren. Daarom als toegift ook die laatste nog.
dinsdag 25 maart 2008
Bibliotheekfilmpjes op You Tube
Ik kwam voor het eerst met YouTube in aanraking toen de VOB een promotiefilmpje voor al@din had laten maken, en Edwin voorstelde het ook op You Tube te zetten. Op dat moment wist ik nog niet eens hoe je het spelde. Ik heb het in mijn aantekeningen van dat overleg staan als U-Tube (?).
Niet zo lang daarna werd YouTube wat gewoner, en zag ik op allerlei sites en in blogposts ook verwijzingen naar YouTube filmpjes. Het feit dat je ze zo makkelijk kunt embedden zal daar zeker mee te maken hebben. Deze geeft volgens mij perfect de kloof tussen automatiseerders en die rare alfa's in de bibliotheekwereld weer.
En om het trio af te maken ook nog een pracht van een filmpje over web 2.0. Dit filmpje geeft me iedere keer dat ik bekijk een soort geluksgevoel doordat het zo prachtig de kansen laat zien.
donderdag 20 maart 2008
Podcasts beluisteren

Het was nog niet eenvoudig om een podcast te vinden die aan de definitie mp3 + rss voldeed. Het Wikipedia artikel over podcasts geeft daar een goede verklaring voor: een echte podcast geldt als een nieuwe openbaarmaking en daardoor is het qua rechten veel lastiger (lees duurder) regelen dan streaming audio en audio on demand.
Een tweede complicerende factor was dat ik niet zomaar een podcast wilde beluisteren, maar van tevoren bedacht had wat me zou interesseren en pas daarna op zoek ging of ik daarvan een podcast kon vinden. Ik ben namelijk niet zo'n radioluisteraar, dus ik had bedacht dat ik alleen tijd ging besteden aan het luisteren naar een podcast als het me ook echt zou interesseren.
Wat mij (als gebruiker dus) de meest interessante podcast leek was een overzicht van muziek die de komende tijd in concertzalen in mijn woonomgeving gespeeld gaat worden. Met name een podcast van te verwachten bands in het Patronaat in Haarlem leek me wel wat. Maar helaas, het Patronaat doet niet aan podcasts. Ook de Philharmonie niet trouwens. En zelfs de Meervaart (niet echt meer in de buurt, maar ik heb wel een hoge pet op van hun marketingafdeling) had geen podcast. Die hadden overigens wél een paar videofragmenten over aanstaande optredens op hun website staan.
Ook Uit in Noord-Holland voorziet niet in mijn behoefte aan podcasts. Een tip voor de samenstellers van de website? Zelfs 3 voor 12 van de VPRO heeft alleen een RSS-feed waarin de titels van de op de website te beluisteren albums genoemd worden, maar voor het beluisteren moet je alsnog contact leggen met de site.
Daarna ben ik toch een beetje in het wilde weg gaan zoeken. Uiteindelijk vond ik een podcast van het Nederlands Film Festival waarvoor ik eerst iTunes moest installeren en die vervolgens al sinds het najaar geen nieuwe 'casts' bleek te bevatten. En ik vond een werkgerelateerde podcast van de Talis Library 2.0 Gang. 42 minuten lang van dat heel Amerikaanse geklets. Ik heb het bijna 10 minuten volgehouden. Toen was ik het zat.
Kortom, ik ben niet echt enthousiast over podcasts. Zou ik, net zoals een aantal van de collega's, in een 23-dingen-dip zitten? Ik denk dat ik ook gewoon niet zo goed ben in geconcentreerd luisteren als ik daar verder geen beeld bij heb. Ik raak makkelijk afgeleid, en dan is een tekst luisteren toch moeilijker terugzoeken dan een tekst lezen.
woensdag 19 maart 2008
Meer dan 23 dingen
Jan Tweepuntnul blogde een week geleden over de grote hoeveelheid 23-dingen-blogs die de bibliotheekwereld rijker aan het worden is. Hij signaleert dat er volop geblogd wordt, in een wereld die nu niet bekend staat om zijn grote aantal begenadigde schrijvers.
Maar er zit ook een wat minder positieve ondertoon in zijn bericht. Als al die blogs alleen over de 23 dingen gaan zijn we in het bibliotheekwerk nog steeds niet echt ver met het delen van kennis. En als je op die manier naar al onze blogs gaat kijken valt je toch een zeker eenzijdigheid op.
Want onze blogs gaan bijna alleen over wat we voor de 23 dingen doen. Als je ons een beetje volgt krijg je het idee dat alleen schrijver dezes wel eens een boek leest (en dankzij haar leesbevordering worden de j.m. in de tuin van de buren voorgelezen door Anna). Treelertrash, Chordfinder1 en Ycreate hebben duidelijk iets met muziek, en er is een dichter onder ons. Maar het is al met al niet echt het beeld van een bruisende organisatie in de culturele sector.
En wat we met z'n allen doen in de andere 35 uren (max) die een werkweek telt, daar schemert maar zelden iets over door in de berichten. Eerlijkgezegd vind ik het ook wel ingewikkeld, om over m'n werk te schrijven. Zolang het alleen over mezelf en mijn 'leerervaringen' gaat kan ik zelf bepalen wat ik wil vertellen en wat niet. Maar als ik over mijn werk ga schrijven komt daar onvermijdelijk ook iets over klanten en producten in te staan. En die zijn niet alleen van mij, maar zeker ook van mijn werkgever, ProBiblio. Dan wordt het al snel ingewikkeld om een stukje te schrijven, want ik vind dat het wel ergens over moet gaan, maar dat ik voorzichtig moet zijn met wat ik over anderen zeg. 
Toch wil ik het wel gaan proberen, want ik denk dat er best interessante dingen te melden zijn over mijn werk. Maar vandaag nog niet. Vandaag ga ik naar mijn cursus Spaans. Met spijt in het hart, want ik zou ook naar de uitreiking van de Dutch Bloggies willen kijken, en ik ben enorm nieuwsgierig naar de documentaire over Boudewijn Büch die vanavond uitgezonden wordt. Ik hoorde gisteravond bij 'De Wereld Draait Door' dat hij vrijwel zijn hele leven zelf verzonnen schijnt te hebben. Dat vind ik zo'n fascinerend idee, passend bij de vreemde schrijver die Büch was, dat wil ik zien.
En nu had ik zo graag de livestream uitzending van de Dutch Bloggies willen embedden, maar dat krijg ik niet voor elkaar. Prut!
maandag 17 maart 2008
ding #13 Online kantoortoepassingen
Ja, het zal best nuttig zijn, maar van dit ding wordt ik niet enthousiast.
Ik kreeg van biblimarie een uitnodiging om mee te schrijven aan haar vakantiegids. Dat heb ik keurig gedaan (Noord-Spanje!).
Vervolgens heb ik zelf een document gemaakt waarin alle collega's hun contactgegevens voor het Instant Messagen kunnen opslaan. Dat leek me wel praktisch voor ding 14. Jammer genoeg is daar nog niet echt uitgebreid op gereageerd. Ik heb zo veel mogelijk collega's uitgenodigd om er aan mee te schrijven, maar ook hier keert de half-anonimiteit van de deelnemers zich tegen mij. Van het merendeel van de collega's ken ik het gmail-adres niet, dus ik kan ze ook niet uitnodigen. En dit is niet het soort informatie dat ik open op internet wil zetten.
Al met al ben ik nog niet echt enthousiast. Ik zal nog een keer kijken naar Office Live Space, waar ik bij Pientje Pienter over las, die het weer van via Learn2See hoorde, want ik denk dat mijn aversie voor een deel te maken heeft met het ontbreken van de vertrouwdheid van de functionaliteit van Microsoft Office.
En trouwens, wat is er eigenlijk zo 2.0 aan online kantoortoepassingen? Ik associeer 2.0 toch vooral met het ontmoeten van mensen die je (nog) niet kent op basis van een gemeenschappelijke interesse. Een online kantoortoepassing zal je volgens mij toch eerder gebruiken samen met een (kleine) groep mensen die je al wel kent en waarmee je een gezamelijke doelstelling deelt.
Voor 'straf' geen plaatje bij dit bericht.
woensdag 12 maart 2008
Instant Messaging : Wie wil mijn vriendje zijn?
Ik had al zo m'n vermoedens dat dit een zware week zou worden, vandaar dat ik me eerst met Instant Messaging heb beziggehouden, en later in de week nog naar het voorgaande ding, Document Sharing, ga kijken. Want ik kan natuurlijk best de achtergrondinformatie over Instant Messaging lezen (maar dat heb ik natuurlijk nauwelijks gedaan) en ik kan ook prima programma's voor Instant Messaging installeren, maar daarmee heb je nog steeds niet ervaren hoe het werkt. Om dat te ervaren heb je buddies (yuk!) nodig, en die krijg je niet zomaar (daar moet je WEL wat voor DOEN).
Wat wel aardig is aan dit onderwerp is dat ik uit pure hang naar contact nu de applicaties van alle drie de grote spelers geinstalleerd heb. Ik had al GMail, en had dus kennelijk ook automatisch Google Chat, maar heb voor de volledigheid ook Google Talk geïnstalleerd. Daarnaast gebruik ik Windows, dus ik had Windows Messenger al, maar die heb ik nu zo ingesteld dat hij automatisch opstart als ik mijn computer aanzet. En voor de volledigheid heb ik ook Yahoo!Messenger nog geïnstalleerd. Ook Yahoo! kent mij al een hele tijd, omdat ik veel gebruikmaak van Yahoo!Groups, de e-mailgroepen van Yahoo.
Uit de tijd dat ik landelijk servicemanager al@din was kende ik het bestaan van Meebo al, en zo'n chatwidget op m'n blog leek me wel wat, dus vanochtend heb ik me ook nog aangemeld bij Meebo en Meebo Me hier in de sidebar gezet. Bij het aanmelden bij Meebo kwam ik nog wel wat zaken tegen die mij verrasten:
Ten eerste lijkt Meebo Windows Messenger nog niet te kennen. Voor zover ik kan zien kan je alleen een oud MSN-account aan je Meebo-account koppelen. Dat verrast me dan toch voor een applicatie die zo goed naar z'n gebruikers zou luisteren. Of zou ik ergens een nuance gemist hebben? Gewoon doen alsof je Windows Messenger-account het MSN-account is, lijkt niet voldoende.
Ten tweede maakt Meebo problemen als je je Yahoo!Messenger-account aan je Meebo-account koppelt, terwijl je Yahoo!Messenger ook nog zelf open hebt staan. Op zich niet onredelijk dat je je berichten maar op 1 manier tegelijk kunt lezen, maar waarom heeft hij dat probleem dan niet met Google Talk?
Maar nu is het wachten tot er iemand met me wil chatten. Zelfs Rob is offline :-(
Onderliggend probleem is natuurlijk dat ik niet zo geloof in chatten. Ik ben sowieso niet van dat directe, ik denk liever even na voor ik iets beweer. Zelfs met telefoneren heb ik al helemaal niets. Dat is soms nuttig om even snel iets af te spreken met iemand die niet in de buurt is, maar privé telefoneer ik eigenlijk alleen met mensen die hun mail maar zelden lezen, en dan nog vooral om een afspraak te maken om elkaar te ontmoeten.
Ik zou niet willen beweren dat vluchtig contact slecht is, alleen heb ik er zelf niets mee. Ik denk dat het best goed is om als bibliotheken ook open te staan voor deze vorm van communicatie, en als daar bij ProBiblio ooit voor gekozen zou worden zou ik het ook geen probleem vinden om een dagdeel voor m'n rekening te nemen. Alleen moet je niet verwachten dat er dan naast dat vluchtige chatten ook nog diepgravende dingen gebeuren. Het is natuurlijk geen doen om je als je even niet chat op het oplossen van een ingewikkeld probleem of het verzinnen van een innovatieve toepassing te concentreren. Nee een dagdeel waarop je chat is verder alleen geschikt voor vluchtige activiteiten.
woensdag 5 maart 2008
Zandbak
Misschien komt het wat arrogant over, om als kersvers 23-dingen-deelnemertje meteen een Wikipedia-artikel te gaan schrijven. En als je daar dan vervolgens ook nog over blogt gaat het een beetje op opscheppen lijken, maar zo is het echt niet bedoeld. Het is meer dat ik veel liever iets 'echts' doe dan iets 'neps'. Het is natuurlijk wel lekker veilig om in de zandbak te spelen, want daar maakt het niet uit als je een fout maakt. Maar ik wil geen dingen doen die niet uitmaken (of in elk geval zo weinig mogelijk).
Ter relativering een prachtig lied over een zandbak en nog veel meer. Ik kon geen audiofile vinden om te embedden, dus daarom is het een YouTube 'filmpje' geworden.
Alexander McCall Smith
Ik heb gisteravond de stoute schoenen aangetrokken en ben begonnen met het lezen van de instructies (weinig) en de etiquette (ook niet vreselijk veel) op Wikipedia. Want het natuurlijk toch nogal wat, als je zomaar pretendeert iets wezenlijks aan zo'n gerenommeerde bron toe te voegen te hebben.
Ik moet zeggen dat het schrijven voor Wikipedia echt wel moeilijker is dan het schrijven voor een weblog. Er zit minder software achter om je te helpen met het toevoegen van opmaak, links en afbeeldingen (of die software is er wel, maar is moeilijker te vinden). Gelukkig zit er een goede 'preview' mogelijkheid in, dus je kunt (je moet zelfs) eerst kijken hoe je verhaal er uitziet voordat je het publiceert.
En verder vind ik het best ingewikkeld, een lemma voor een encyclopedie schrijven. De bedoeling is dat je vooral feitelijke informatie geeft, die bij voorkeur door bronnen ondersteund wordt. Nou weet ik natuurlijk als informatiespecialist wel wat af van bronnen, maar omdat ik nog niet kon ontdekken hoe je bronvermeldingen in de tekst verwerkt ben ik ze nog een beetje uit de weg gegaan.
Uiteindelijk is het vooral een bibliografisch artikel geworden en eigenlijk ben ik daar best tevreden mee. Dat is een onderwerp waar ik verstand van heb, en ik heb het gevoel dat ik daarmee de encyclopedie ook echt verrijk.
Maar het mooiste komt nog ... Sinds ik het artikel gisteravond geschreven heb zijn er al twee mensen langs geweest om het te verbeteren. En dan gaat het vooral om Wikipedia-technische zaken waar ik nog niet achter was. Een van de twee heeft de opsomming van boektitels en externe bronnen eleganter opgemaakt en de ander heeft toegevoegd dat het artikel nog een categorieaanduiding moet krijgen.
dinsdag 4 maart 2008
Bibliotheekwiki's
In zekere zin wel grappig, deze constatering, want hij sluit heel goed aan bij een bericht dat Lorcan Dempsey deze week op zijn weblog plaatste. Hij gaat in op de twee bewegingen die in web 2.0 te onderkennen zijn, namelijk diffusie en concentratie. Het is een prachtig artikel, dat zo vol zit met ideeën dat het voor mij niet te doen is om het samen te vatten (Edwin doet op ZB Digitaal een geslaagde poging). Een van de twee bewegingen die Lorcan Dempsey beschijft is de concentratie van gebruikers en data bij een relatief klein aantal grote spelers (bedrijven, websites). En dat herken ik zeker als het om wiki's gaat. Waarom zou je aan een andere wiki dan Wikipedia schrijven?
En een bijkomende vraag ... Waarom zou je iets als wiki presenteren als je gebruikers er niet aan bij kunnen dragen? Terwijl bij de gegeven voorbeelden het merendeel besloten is en zich toch als wiki afficheert.
Daarom zie ik voor bibliotheken eigenlijk geen rol als het gaat om het opzetten van nieuwe wiki's. Wat me wel interessant lijkt is het organiseren van cursussen om mensen over hun drempelvrees heen te krijgen en hun eigen kennis aan bestaande wiki's toe te voegen. (En OK, het idee van een wiki als onderdeel van een HIP dat Flexvantol en Pientje Pienter noemen vind ik ook wel leuk).
zaterdag 1 maart 2008
Del.icio.us verder ontdekken

Dat ik del.icio.us al geruime tijd gebruik wil niet zeggen dat ik er deze weer niets meer mee gedaan heb. In combinatie met een weblog is er namelijk nog best wat extra functionaliteit die interessant is.
Ten eerste heb ik zo in m'n template geknutseld dat mensen die mijn blog lezen de verschillende berichten nu met een druk op de knop aan hun eigen bookmarks kunnen toevoegen. Ik had bij Jan Tweepuntnul gezien dat het kon en kwam via zijn blog op de site van Add This waar ik de code vond om zo'n 'nifty' knopje onderaan elk blogbericht te zetten.
Verbluffend overigens, hoeveel site voor social bookmarking er dan blijken te zijn. Ik wil de kleurstelling van dit blog graag in het groen/blauw houden, dus noem hier alleen Blogmarks, Netvouz, Newsvine, Slashdot, StumbleUpon en Technorati.
Een tweede toepassing van del.icio.us in dit blog is het lijstje van de meest recente favorieten dat in de sidebar is opgenomen. Zoals je kunt zien ben ik bezig een hovenier te zoeken. Deze toepassingen zijn iets 'socialer' dan hoe ik del.icio.us tot nu toe gebruikte, maar eerlijk gezegd gebruik ik social bookmarking vooral als handige webbased tool, en maak ik niet tot nauwelijks gebruik van het sociale aspect. Ik heb wel een paar mensen in m'n netwerk, maar daar doe ik maar zelden iets mee.
Social bookmarking
Ten eerste het enorme voordeel dat je vanaf verschillende computers bij dezelfde linkverzameling kan. Ten tweede het voordeel dat je je links van tags kan voorzien, en je dus nooit meer hoeft te zoeken in welke submap je die handige link nou opgeslagen had (was het onder naslag of onder e-commerce, onder bibliotheek of boeken). Ten derde de mogelijkheid om anderen mee te laten kijken in je bookmarks.
Een voorbeeld daarvan: Vorige zomer zouden we met drie gezinnen een huis in de Ardennen huren, maar omdat we niet echt dicht bij elkaar in de buurt wonen was het nog een heel gedoe om het eens te worden over wat we het leukste huis vonden. Door iedereen de shortlist te laten bekijken waren we er toch vrij vlot uit.
Tenslotte nog een vierde voordeel: Het is voor andere gebruikers van delicious heel eenvoudig om links waarvan ze denken dat die interessant voor je zijn door te geven. Om daarvan gebruik te maken heb ik een account voor de Noord- en Zuid-Hollandse AquaBrowser gemaakt. Dat account kunnen mensen in de bibliotheken gebruiken om sites die ze de moeite waard vinden om via ZoekGenie te ontsluiten aan mij door te geven. Ik geef toe dat dat nog niet veel gebeurt, maar de open manier waarop het kan spreekt mij in elk geval erg aan.
vrijdag 15 februari 2008
Bibliotheken en web 2.0
De vraag van vandaag is: "Hoe kunnen bibliotheken de web 2.0 toepassingen die tot nu toe aan de orde gekomen zijn gebruiken in hun dienstverlening?"
Daarover nadenkend, en eerder al, terwijl ik bezig was met het exploreren van bloggen, RSS-feeds en foto-sharing, is er één toepassing die mij het meest voor de hand lijkt te liggen. Mij lijkt het logisch om web 2.0 toepassingen te gebruiken bij het selecteren, ontsluiten en beschikbaarstellen van informatie. Het belangrijkste verschil met wat bibliotheken al doen zit hem volgens mij in de informatie die je ontsluit. Dat zijn namelijk niet meer alleen boeken (en af en toe een dvd of cd-rom, die we zo veel mogelijk behandelen alsof het toch een boek is) maar juist de digitale bronnen die beschikbaar zijn.
Ik denk dat bibliotheken tot nu toe veel hebben laten liggen als het gaat om de selectie van digitale informatie. Terwijl we juist in de selectie van informatie meerwaarde bieden aan onze gebruikers. Tuurlijk, je kunt bij ons bijna gratis een boek lenen waar je bij de boekhandel € 20,- voor moet betalen, maar als je een populaire roman wilt lezen moet je daar wel op wachten. En er is een grote groep mensen die dan toch liever een bestelling bij Bol.com plaatst. Je kunt het boek via internet bestellen wanneer je maar wilt, het wordt door de postbode bij je thuisbezorgd, en je mag het boek houden zo lang je wilt.
In het gebruik dat van de collectie wordt gemaakt zien we dat als het om informatie gaat het boek steeds minder populair wordt. De uitleencijfers van de collectie non-fictie lopen jaar na jaar terug, en als je kijkt wat er nog wel geleend wordt kom je vooral uit bij titels die "als een roman" te lezen zijn. De kasten met waar gebeurde verhalen, biografieen, reisverhalen.
Anderzijds lezen we geregeld dat het met de kwaliteit van de informatie die mensen, of in elk geval scholieren, van het internet halen slecht gesteld is. Mensen kunnen niet inschatten of een website betrouwbaar is en hebben de neiging om voor het eerste resultaat dat ze gegoogled hebben te gaan.
Bibliotheken zouden in moeten springen op de behoefte aan betrouwbare informatie die snel digitaal beschikbaar is. Dat dat nog niet op grote schaal gebeurd is heeft volgens mij te maken met het lokale karakter van bibliotheken en het globale karakter van internet. Bibliotheken hebben ieder voor zich geen budget om het hele scala aan onderwepen te behandelen. En dat hoeft op zich ook niet, want als een bibliotheek een onderwerp goed ontsluit kan de complete wereldbevolking (voor zover ze Nederlands spreken) profiteren van die inspanning.
Maar hoe organiseren we in een lokaal gefinancierde sector het globaal beschikbaar stellen van informatie? En zetten we dan een hekje om onze betrouwbare informatie, en gebruiken we dat om betaalde leden te lokken? Ik denk het niet. Als je naar de kranten kijkt, bijvoorbeeld, zie je dat die hun hekjes weghalen en hun archieven gratis op internet zetten. Dan moeten openbare bibliotheken, die voor zeker driekwart door de overheid gefinncierd worden, dat toch ook kunnen!
En hoe zouden we dan web 2.0 technologie kunnen inzetten? Ik denk daarbij vooral aan het idee van de etalages, de digitale presentatie van de landelijke zwaartepunten. Voor wie hier nog geen concreet beeld bij heeft: In het stuk De Complete Bibliotheek van Francien van Bohemen en Bram Rietveld wordt in hoofdstuk 5 veel behartenswaardigs over etalages gezegd.
Voor wie het nog concreter wil zien heb ik een voorbeeldje gemaakt over het onderwerp sterrenkunde. En nee, dat is niet af of compleet, maar het geeft een idee van wat je in blogvorm zou kunnen doen. En het zou wel eens kunnen zijn dat de Universes van Netvibes ook heel goed gebruikt kunnen worden voor het delen van informatie over onderwerpen waar nou eenmaal niet iedere bibliothecaris helemaal in zit.