woensdag 21 april 2010
Actieplan marktonderzoek informatiefunctie
In die overleggen kwamen we tot de conclusie:
- Dat er binnen de bibliotheeksector geen eenduidig beeld is welke dienstverlening er bij de informatiefunctie van de bibliotheek hoort
- Dat bibliotheken onzeker zijn over hun rol in het Google-tijdperk
- Dat bibliotheken geen helder beeld hebben van mogelijke dienstverlening aan hun klanten (de eindgebruikers) en van mogelijke dienstverlening aan bibliotheken die ze bij ProBiblio zouden kunnen laten ontwikkelen
- Dat we bibliotheken kunnen vragen wat zij willen, maar dat bibliotheken op die vraag waarschijnlijk niet goed kunnen antwoorden omdat ze het overzicht op die mogelijke producten missen
- Dat we eindgebruikers kunnen enquêteren over hun behoefte aan informatie en informatiedienstverlening, maar dat zo’n globale vraag waarschijnlijk geen bruikbaar antwoord op gaat leveren
- Dat bibliotheken misschien beter kunnen investeren in promotie van de huidige dienstverlening dan in het ontwikkelen van nieuwe producten
Kortom, dat het op dit moment niet goed mogelijk is om een inschatting te maken van de producten die bibliotheken hun eindgebruikers willen aanbieden en van de producten die bibliotheken bij ProBiblio zouden willen afnemen.
Op het gebied van informatiegebruik door eindgebruikers hebben we twee databronnen tot onze beschikking. Ten eerste wordt in Bicat het gebruik van de catalogus gelogd. Er is dus een bestand waarin het zoekgedrag van alle ProBiblio-Bicatklanten vastgelegd is. Analyse van dat bestand geeft vast veel informatie over wat eindgebruikers zoeken. Ten tweede worden ook de uitleningen in Bicat in een bestand gelogd. Het is dus ook mogelijk een analyse te maken van het materiaal dat door eindgebruikers geleend wordt. Een grondige analyse van deze beschikbare gegevens zal ons veel leren over die informatie die door klanten van de openbare bibliotheken gezocht (catalogus) en geleend (transactiebestand) wordt.
Vervolgstappen:
1. Analyse van het catalogusgebruik over 2009 (of april 2009 – maart 2010, als dat mogelijk is)
2. Analyse van het leengedrag over 2009 (of april 2009 – maart 2010, als dat mogelijk is)
3. Formuleren van mogelijke producten die bibliotheken hun eindgebruikers zouden kunnen bieden, en de ondersteunende rol die ProBiblio daarin aan de openbare bibliotheken zou kunnen bieden
4. Toetsen van de geformuleerde visie bij bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland
5. Enquête onder openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland over hun keuzes aangaande de geformuleerde mogelijke producten
Tijdpad:
April : Analyse catalogusgebruik
Analyse leengedrag
Mei : Onderzoeken collectieaanbod
Formuleren mogelijke producten
Juni: Beschrijven huidige informatieprocessen
Enquête onder openbare bibliotheken naar interesse in geformuleerde mogelijke producten
Jul. / Aug.: Productdecompositie + uitwerken deelprojecten
vrijdag 26 maart 2010
Wat is dat eigenlijk, de informatiefunctie van de bibliotheek?
Aan welke informatie hebben klanten en niet-klanten van de openbare bibliotheek behoefte, hoe komen ze aan die informatie, en welke rol zou de bibliotheek bij het vervullen van die informatiebehoefte kunnen spelen?
Welke visie hebben Openbare Bibliotheken op de informatiefunctie van de bibliotheek, over welke onderwerpen willen ze hun (potentiële) klanten informeren en op welke manier willen ze dat doen?
Maar hiermee kan een onderzoeker nog niet zo veel. Na een eerste overleg ben ik naar mijn bureau gestuurd om eerst maar eens te zeggen wat dat nou eigenlijk inhoudt, de informatiefunctie van de bibliotheek.
Die vraag brengt mij in een lastig pakket, want ik had daar liever in dit stadium nog geen uitspraak over gedaan. Ik vind het veel belangrijker wat mijn klanten, de openbare bibliotheken, vinden dat die informatiefunctie inhoudt. Maar kennelijk valt dat niet te onderzoeken zonder eerst zelf te formuleren wat jij vindt dat er onder valt. En hoezeer ik ook een hekel heb aan het bij voorbaat in een stramien drukken van een onderzoek, er zit ook wel iets in. Ook in de natuurwetenschappen is het zo dat je, om goed onderzoek te kunnen doen, een hypothese moet formuleren. Je kunt dan vervolgens in een onderzoek bepalen hoe waarschijnlijk het is dat de hypothese juist is, en hem dus op basis van onderzoek valideren of falsifiëren.
Maar dat brengt me terug bij de vraag: was is dat, de informatiefunctie van de bibliotheek. En dan kom ik tot een vrij elementaire opsomming:
Het selecteren van een informatieve collectie.
Het ontsluiten van die collectie.
Het beschikbaarstellen van die collectie.
Het bevorderen van het gebruik van die collectie.
Het ondersteunen van klanten bij het gebruik van die collectie.
Informatieve collectie
Natuurlijk zijn er romans die je meer over de psychologie vertellen dan een dik leerboek. En natuurlijk zijn er romans die je meer over de Russische cultuur vertellen dan een reisgids ooit kan. Maar voor de afbakening beperk ik me bij de informatieve collectie tot die bronnen die de werkelijkheid beschrijven, en sluit ik dus de fictie uit. Maar bij een collectie denk ik niet alleen aan boeken, zelfs niet alleen aan uitleenbare materialen zoals hoorcolleges, informatieve dvd’s of cd-rom’s. Bij de informatieve collectie denk ik ook aan databestanden die door de bibliotheek verworven zijn. Zij het landelijk, zij het via contacten met lokale of regionale organisaties. En ik denk ook aan de informatie die op websites te vinden is, zelfs als die vrij op internet beschikbaar is. En onderdeel van de informatieve collectie is ook de kennis die in de hoofden van mensen zit. Dus ook de titelkennis van een inlichtingenmedewerker die precies weet welk boek je moet lezen als je alles van Dan Brown uit hebt, en ook de kennis van een spreker die een lezing geeft over bonsai of van een jongerenwerker die het JIP bemenst.
Selecteren
De waarde van de bibliotheek zit voor een groot deel in de selectie van de collectie. Doordat de bibliotheek uit het enorme aanbod een selectie maakt op basis van actualiteit, populariteit en/of kwaliteit helpt zij haar klanten de weg te vinden uit de infobesitas. Die selectie kan plaatsvinden doordat besloten wordt een fysiek exemplaar wel of niet aan te schaffen, maar zal steeds vaker de vorm krijgen van het selectief aanbevelen van materiaal dat digitaal of in andere vorm beschikbaar is.
Ontsluiten
Je hebt natuurlijk niet veel aan een prachtige geselecteerde en beschikbaargestelde collectie als je er niets in kunt vinden. De ontsluiting, het vindbaar maken van de informatieve collectie is dus ook een belangrijk aspect van de informatieve functie. In eerste instantie gaat het dan om de catalogus, waarin je als klant kunt zoeken of er informatie over een bepaald onderwerp in de collectie is. En bij een heterogene collectie, bestaande uit uitleenbare materialen, downloadbare e-books, betaalde en gratis databestanden is het van belang dat je een catalogus hebt die die rijke collectie in zijn geheel ontsluit. Dus geen aparte catalogus voor de eigen boeken, een extra catalogus voor iets wat niet in onze bibliotheek is maar wel uit de naburige stad gehaald kan worden en een derde ingang voor de linkenverzameling van de bibliotheek, maar een geïntegreerde catalogus voor al deze informatiebronnen. Waarbij het natuurlijk van belang is dat je ontsluiting naadloos aansluit bij je beschikbaarstelling. Dus bij voorkeur 1 keer inloggen en vervolgens vanuit de catalogus direct toegang tot alle digitale informatie, en bij voorkeur niet alleen in de bibliotheek, maar ook op andere plaatsen.
Beschikbaarstellen
Nauw verbonden aan het selecteren van informatie is het beschikbaarstellen. Dat de bibliotheek de informatie aanbeveelt is prettig, maar een klant wil die informatie vooral graag makkelijk kunnen gebruiken. Het opnemen van informatieve materialen in de collectie en het laten raadplegen en uitlenen van materiaal zijn de traditionele vormen van beschikbaarstelling. Ook het bieden van de mogelijkheid om materiaal vanuit het netwerk van openbare bibliotheken te reserveren is een gangbare vorm van beschikbaarstelling. En het verkopen van een kaartjes voor een lezing is ook een vorm van beschikbaarstelling. Maar steeds vaker zal het gaan om het aanbieden van digitale bestanden (databestanden, websites, e-books, de opname die van een lezing gemaakt is), en steeds vaker zal het gaan om het faciliteren van de toegang tot die informatie met behulp van IP-herkenning, Proxy-servers en andere methodes.
Promotie
Je kunt er van uitgaan dat al die prachtige informatie die we geselecteerd, ontsloten en beschikbaargesteld hebben zichzelf verkoopt, maar in de praktijk heeft ieder product baat bij een goede promotie. Die promotie begint bij het aantrekkelijk presenteren van de collectie. In de bibliotheek gaat dat vooral goed met de fysieke collectie, maar kan je door bijvoorbeeld narrowcasting ook de digitale collectie onder de aandacht brengen. De website van de bibliotheek leent zich goed voor het onder de aandacht brengen van de digitale informatie, maar daar kan je juist door het leggen van een link naar de fysieke collectie je klanten weer verrassen. In beide gevallen is het belangrijk uit te gaan van de interesses van je bezoeker, en die bezoeker door een aantrekkelijke presentatie te verleiden tot het gebruik van meer dan hij van tevoren gedacht had. In het geval van de bibliotheek niet om financieel winst te maken, maar om inhoudelijke winst te boeken in het vervullen van je rol als betrouwbare poort tot informatie.
Ondersteunen van klanten
Vanouds heeft de bibliotheek een inlichtingenbureau waar je met je vragen terecht kan. Dat inlichtingenbureau vervulde een belangrijke rol bij het ondersteunen van klanten in het vinden van informatie. Die inlichtingenfunctie is de afgelopen jaren sterk aan verandering onderhevig geweest. Enerzijds zijn er een aantal varianten aan toegevoegd (bibliofoon, al@din, ibi, een twitteraccount, meedoen met www.goedevraag.nl ) anderzijds zie je in kleinere bibliotheken minder vaak een inlichtingenbureau. De inlichtingenfunctie wordt soms door meer mobiele medewerkers (WIMmers) uitgevoerd. De rol van de bibliothecaris lijkt ook te verschuiven van degene die het boek weet te vinden, via degene die het antwoord weet te vinden naar degene die jou kan helpen zelf de informatie die je nodig hebt te vinden (Mediawijsheid).
maandag 8 maart 2010
AquaBrowser
De eerste vraag is over welke AquaBrowser je het eigenlijk hebt. Ik beheer de provinciale AquaBrowser voor Noord- en Zuid-Holland, maar er zijn alleen al in Nederland een landelijke AquaBrowser, 11 provinciale AquaBrowsers en tientallen lokale AquaBrowsers. Die veelheid maakt het meteen ingewikkeld. Mark Deckers pleitte laatst voor 1 AquaBrowser voor heel Nederland. Dat zou het landschap al een stuk overzichtelijker maken, denk ik. Maar zo ver is het nog niet.
Voorlopig hebben we de landelijke AquaBrowser. Die is bedoeld als uniforme ingang, en werd tot begin dit jaar door de VOB en Medialab als ontwikkelplatform gebruikt. Nieuwe content en functionaliteit kwamen eerst beschikbaar op http://zoeken.bibliotheek.nl en waren vervolgens beschikbaar voor alle andere Nederlandse AquaBrowsers. Ik weet niet zeker wie er nu verantwoordelijk is voor de landelijke AquaBrowser (ik veronderstel de Stichting Bibliotheek.nl) en of er nog doorontwikkeld wordt op het gebied van content en functionaliteit. Ik weet wel tamelijk zeker dat er op het moment niet gecommuniceerd wordt over die eventuele doorontwikkeling. Dat maakt het moeilijk om in te schatten wat er al dan niet landelijk ontwikkeld wordt.
En we hebben de provinciale AquaBrowsers, bijvoorbeeld www.hollandnet.nl. Een opvallend verschil tussen de landelijke AquaBrowser en (een deel van) de provinciale is dat provinciale AquaBrowsers niet alleen digitale content en titelbeschrijvingen bevatten, maar ook beschikbaarheidsinformatie. Ze zijn daarmee, in tegenstelling tot de landelijke AquaBrowser, bruikbaar als catalogus.
De provinciale AquaBrowser van Noord- en Zuid-Holland bevat veel informatie:
- de catalogi van alle openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland (17 systemen van 5 verschillende leveranciers)
- aanvullende titels uit het titelbestand van bibliotheek.nl en muziekweb
- artikelen uit 7 landelijke kranten en 6 opiniebladen
- Vragen uit de kennisbank van al@din en links uit Davindi+ en de G!ds
- informatie van de Consumentenbond, Keesings Historisch Archief, Cinema.nl en de Digitale Noord-Hollandse Atlas
- uitgaansinformatie van het UITburo Amsterdam en Uit-in-Noord-Holland
De complete provinciale collectie wordt opgenomen. Daarnaast wordt een zo groot mogelijk gedeelte van de landelijk ingekochte digitale content ontsloten. In een aantal gevallen (met name bij de informatie die van NBD|Biblion wordt gekocht) is dat niet mogelijk omdat er geen koppelvlak met de AquaBrowser gerealiseerd is. Uit het provinciale budget worden koppelingen gerealiseerd met informatie op het gebied van media (boeken, films, muziek, games) en op het gebied van kunst & cultuur (uitgaan, erfgoed, kunst). De leveranciers van die informatie werken soms op provinciaal of regionaal niveau (als het om erfgoed gaat) maar ook vaak op landelijk niveau. Het uitgangspunt is dat de content een verrijking van de catalogus biedt voor inwoners van Noord- en Zuid-Holland. En we werken bij voorkeur samen met partijen die zelf ook belang hebben bij het beschikbaar stellen van hun informatie. Daardoor hoeven we niet voor de geleverde informatie te betalen, maar alleen de kosten te dragen voor het ontsluiten van die informatie in de AquaBrowser.
En naast provinciale AquaBrowsers zijn er lokale. Soms als losstaande applicaties, maar steeds vaker als lokale skin op de provinciale AquaBrowser. Recent zijn bijvoorbeeld de bibliotheken Bollenstreek, Haarlem en omstreken en Zuid-Holland Zuidoost overgegaan op een lokale AquaBrowserskin.
Die lokale skins bieden een compleet titelaanbod op basis van de landelijke en provinciale titelbestanden, maar laten in hun presentatie en ranking de lokale collectie extra opvallen. Niet zozeer omdat van die bibliotheken alleen de eigen collectie uitgeleend mag worden, maar vooral omdat een lokaal beschikbaar, niet uitgeleend exemplaar nu eenmaal veel sneller geleend kan worden dan een exemplaar dat eerst uit een andere vestiging of bibliotheek opgestuurd moet worden. Door de integratie van Zoek&Boek bieden deze catalogi ook een prima toegang tot de collectie van het netwerk van bibliotheken. En doordat deze skins een eigen header (kop) hebben integreren ze goed met de functionaliteit van de website van de bibliotheek.
En gaat de ontwikkeling van de AquaBrowser nog door dit jaar? Ja. Er is in elk geval vanuit het provinciaal collectieplan van Noord-Holland budget beschikbaar om de AquaBrowser in te zetten voor een ‘uniforme toegang tot de netwerkcollectie’. Dat budget is niet voldoende om voor elke basisbibliotheek een eigen skin te ontwikkelen, maar geeft wel de ruimte om te experimenteren met hoe je de (provinciale) catalogus kunt gebruiken om het gebruik van de netwerkcollectie te stimuleren. Daarover schreef ik al eerder. Er is ook budget om de startpagina van de provinciale AquaBrowser rijker te maken, waarbij natuurlijk de toepasbaarheid in lokale bibliotheken vooropstaat. (Ik droom van een bron van inspiratie zoals in Brugge). En er is budget om extra bestanden te koppelen. Daarmee zal de rol van de provinciale AquaBrowser als verzamelplaats voor content op het gebied van erfgoed meer body gaan krijgen. Dan kan ook de subset over erfgoed ingezet gaan worden als digitaal HIP.
zondag 21 februari 2010
Collectieprofielen voor dummies
Een collectieprofiel maken is helemaal niet zo moeilijk. Het is alleen een kwestie van logisch nadenken en keuzes maken. Logisch nadenken kan ik goed, en het is de bibliotheek die de keuzes moet maken. Misschien dat het voor iemand die niet weet hoe hij moet beginnen toch niet zo heel makkelijk is.
Het opstellen van een collectieprofiel doe je in 3 stappen:
- Je meet wat voor collectie je nu hebt en hoe die gebruikt wordt.
- Je bepaalt op basis van missie en visie, afspraken in het netwerk, certificeringsnormen of gebruikersbehoeftes wat voor collectie je zou willen hebben.
- Je zet een traject uit om van de huidige naar de gewenste situatie te komen, binnen de randvoorwaarden die gelden (zoals aanbod aan nieuwe titels en budget).
Meten
Deze stap klinkt eenvoudig, maar geeft in de praktijk grote moeilijkheden. Het soort gegevens dat je nodig hebt is wel ongeveer duidelijk. Als je van een onderdeel van de collectie weet hoe groot het bezit is, hoe actueel dat bezit is en hoe vaak het in een jaar tijd geleend is kom je een heel eind. Je kunt dan bijvoorbeeld het uitleengemiddelde of de usefactor van het collectieonderdeel bepalen, en het vergelijken met de collecties van andere bibliotheken of normen.
Alleen is er geen eenduidige manier om de collectie in onderdelen op te splitsen. Ja, materiaal voor volwassenen en materiaal voor de jeugd zijn gesplitst, maar ga je vervolgens kijken naar materiaalsoort (boeken vs AVM) of functie (fictie vs non-fictie) of verdeel je eerst verder op doelgroep zoals in het retailconcept gebeurt (verdieping, beleving, ontspanning, kids, jeugd, jong). Dat is lastig voor het onderling vergelijken van bibliotheekcollecties en voor het ontwikkelen van een uniforme werkwijze.
Binnen ProBiblio proberen we een collectiemonitor te ontwikkelen die voor retail-bibliotheken een bruikbare indelen geeft, en met wat herschikken van groepen ook voor andere bibliotheken veel bruikbare informatie geeft. Tot die tijd is het voor de collectie van 1 vestiging het meest logisch om aan te sluiten bij de manier waarop het materiaal in de kasten geclusterd is. Idealiter is dat ook de manier waarop het materiaal in de geautomatiseerde catalogus geclusterd is. Je meetniveau wordt dan dus de sublocatie of kast (Bicat).
Kiezen
Vervolgens maak je keuzes in hoe je collectie er uit zou moeten zien. Je bepaalt wat de gewenste collectieomvang is, uit welke onderdelen je collectie zou moeten bestaan, hoe vraag- of aanbodgericht je wilt zijn.
De totale collectieomvang werd in het verleden (in de tijd van het paarse boekje) bepaald op basis van landelijke normen. Die landelijk vastgestelde normen gelden niet meer, maar nog steeds is het normeren van de collectieomvang vrij gebruikelijk. Je collectie is dan bijvoorbeeld 2 banden per inwoner of 6 banden per lener groot. Je zou ook op basis van het rendement kunnen normeren, en zeggen dat de collectieomvang in banden 1/6 van het aantal uitleningen per jaar is. Ik ben persoonlijk een voorstander van normeren op basis van het inwonertal. Als je je collectieomvang koppelt aan het succes dat je in het verleden behaald hebt (aantallen leden of uitleningen) loop je het risico in een neerwaartse spiraal terecht te komen.
Hoe groot de afzonderlijke delen van de collectie moeten zijn werd in het verleden op basis van vaste verhoudingen bepaald 60% volwassenen, 40% jeugd bijvoorbeeld, of 55% fictie en 45% non-fictie. Tegenwoordig wordt veel meer naar het relatieve gebruik gekeken. De meest uitgesproken vorm daarvan is de methode die door retailbibliotheken gebruikt wordt en waarbij in principe 100% vraaggestuurd gecollectioneerd wordt. Dat betekent dat de omvang van de collectie in balans moet zijn met hoeveel er geleend wordt. Je streeft dan voor alle collectieonderdelen naar een gelijk uitleengemiddelde en een use factor van 1. Het effect op de collectie van deze methode is meestal een krimp van de collectie voor volwassenen en de non-fictiecollectie ten faveure van de jeugd en de fictie.
Een andere methode (bekend als RCB, maar ook in andere varianten toegepast) vergelijkt collectieonderdelen niet binnen de eigen collectie, maar met andere bibliotheken. In die methode wordt op basis van een groep vergelijkbare bibliotheken een soort norm ontwikkeld, die vervolgens op de eigen collectie toegepast wordt. Die norm is niet voor alle collectieonderdelen gelijk. Collecties die het overal slecht doen worden minder streng genormeerd dan collecties die het overal goed doen. Ook deze methode heeft tot effect dat de collectie vraaggerichter wordt, maar in dit geval blijven collectieonderdelen die weinig geleend worden maar door de meeste bibliotheken toch gecollectioneerd worden in stand.
Daarnaast is er de aanbodgerichte methode, de methode waarbij je een deel van de nieuw uitkomende titels koopt, ongeacht of er vraag naar is. Soms gebeurt dat met het idee dat ‘je toch iets moet hebben over …’, soms omdat binnen de basisbibliotheek of in het netwerk is afgesproken dat jouw vestiging verantwoordelijk is voor het collectioneren van dat specifieke collectieonderdeel.
Naast de omvang en samenstelling van de collectie is de actualiteit een belangrijke factor. Volgens de certificeringsnormen moet een openbare bibliotheek ieder jaar minimaal 10% van zijn collectie verversen, maar in de praktijk zijn bepaalde materialen al lang voor ze 10 jaar oud zijn gedateerd of stuk.
Plannen
En vervolgens zet je een traject uit om van de huidige naar de gewenste situatie te komen. Hoe snel dat gaat hangt in hoge mate af van hoe ruim je budget is. Een vrij eenvoudige rekensom geeft je daar een indruk van. Als je streeft naar een collectie van 2 banden per inwoner, die je met 10% per jaar ververst, en als je uitgaat van een gemiddelde bandprijs van € 15,- moet je in 10 jaar tijd 2 x € 15,- = € 30,- per inwoner uitgeven. Je hebt dan dus jaarlijks ongeveer € 3,- per inwoner nodig. Alles wat je extra hebt kan je inzetten om sneller bij te sturen, of voor korte tijd extra exemplaren van populaire titels aan te schaffen.
In de praktijk begin je je plan met jaarlijks 10% (of meer, als je daar voor dat collectieonderdeel voor gekozen hebt) van je gewenste bezit aan te schaffen. Het budget dat je dan nog over hebt gebruik je om collectieonderdelen die moeten groeien naar de gewenste grootte te brengen. De eerste keren dat je een collectieprofiel opstelt zal je dat niet in 1 jaar voor elkaar krijgen en zul je je inhaalslag of over meerdere jaren moeten verdelen, of moeten richten op de collectieonderdelen waarin de discrepantie met de gewenste situatie het grootst is. Naarmate je in je collectievorming directer stuurt zul je steeds minder budget nodig hebben voor het bijsturen van je collectiesamenstelling en zul je budget overhouden om de actualiteit van je collectie verder te vergroten.
Zie je wel, simpel toch ;-)
zondag 7 februari 2010
Netwerk
Mijn PID (project initiatie document) heb ik inmiddels ingeleverd, maar dat wil niet zeggen dat de contouren van mijn project al helemaal vastliggen. Deze week diende zich bijvoorbeeld nog een aanvulling aan.
Uit het budget voor 2009 voor het provinciaal collectieplan van de provincie Noord-Holland was geld overgebleven. Hoe dat kwam ben ik even kwijt, ik geloof dat er provinciale achtergrondcollecties opgebouwd zouden worden, waarvoor meer budget was toegekend dan er aanbod aan nieuwe titels was. Bij de bespreking daarover in de SOOB stelde een van de aanwezigen voor het overgebleven geld in te zetten om het gebruik van de AquaBrowser in de provincie Noord-Holland te bevorderen. En vervolgens was mijn project opeens een bedrag van € 40.000 rijker, in te zetten voor de promotie van de provinciale AquaBrowser.
Leuk natuurlijk, extra budget, maar in dit geval weegt de verantwoordelijkheid best zwaar. Want de directeur die voorstelde om de provinciale ABL te promoten heeft zelf al een eigen skin laten ontwikkelen, hij gelooft in het nut van een provinciale catalogus en in het idee dat zoeken met een AquaBrowser voor veel mensen aantrekkelijker is dan zoeken in een klassieke catalogus. Maar met dat provinciale geld moet natuurlijk iets ontwikkeld worden waar alle bibliotheken en/of alle bibliotheekgebruikers in Noord-Holland van profiteren.
En dan wordt het ingewikkeld. Want een aantal bibliotheken heeft liever dat hun klanten eerst in de eigen collectie van de basisbibliotheek kijken, en dat ze pas als in de collectie van de eigen bibliotheek onvoldoende materiaal aanwezig is overwegen om het materiaal van elders te laten komen. Terwijl andere bibliotheken een eigen versie van de provinciale catalogus hebben laten maken, en ze dus in hun eigen catalogus de hele provinciale collectie al ontsloten hebben.
Het promoten van de provinciale AquaBrowser is in dit geval dus niet het promoten van de website waarop je de catalogus kunt vinden, maar meer het promoten van een idee of concept. Een concept dat per bibliotheek op een verschillende manier ervaren wordt en waar per bibliotheek op een eigen manier een concrete vertaling van gemaakt is. Wat die € 40.000 ook gaat opleveren, het is geen folder of button die je naar een vaste website stuurt.
Gelukkig wordt het meestal ook wel interessant, als het ingewikkeld wordt. Zou het mogelijk zijn om een promotiecampagne te ontwikkelen, niet zozeer voor de provinciale catalogus (die volgens mij alleen het middel is) maar voor de provinciale collectie? Wat zou er dan gepromoot moeten worden? En hoe zou je dat aan kunnen pakken?
Als je eindgebruikers wilt laten profiteren van de provinciale collectie is het volgens mij belangrijk om de vraag “What’s in it for me?” te beantwoorden. Wat heeft de eindgebruiker eigenlijk aan die provinciale collectie? Daar kan je vast ook een jaar over discussiëren, maar volgens mij kom je een heel eind met ideeën in de richting van niche-markten en the long tail. Het mooie aan de provinciale collectie is dat alle bibliotheken van Noord-Holland gezamenlijk een veel gevarieerder collectie kunnen opbouwen en beschikbaarstellen dan alle afzonderlijke vestigingen en basisbibliotheken. Dankzij het provinciale netwerk kunnen dorps- en wijkbibliotheken zich concentreren op retailprincipes om hun lokale collectie zo op te bouwen dat hij perfect aan de lokale vraag voldoet, terwijl het netwerk de vervulling van de minder gangbare informatiebehoefte mogelijk maakt.
Als dat idee klopt is het volgens mij een goed idee om je bij je promotie te richten op die delen van het informatieaanbod waar lokaal wel vraag naar is, maar waarop het aanbod moeilijk lokaal geregeld kan worden. Als het goed is zijn dat ook de onderwerpen die in het provinciaal collectieplan als eerste aangepakt worden. Voor die onderwerpen zou je vervolgens op papier en digitaal een wervend verhaal moeten kunnen houden, waarin je aangeeft hoe je als lokale eindgebruiker kunt profiteren van het provinciale aanbod. Dat doe je, lijkt me, door een aantrekkelijk beeld te geven van het materiaal dat in de provincie beschikbaar is rond een onderwerp (of genre, of taal, of wat voor kenmerk dan ook) en vervolgens aan te geven hoe de bibliotheekgebruiker dat materiaal kan bemachtigen.
En dan promoot je dus zowel de provinciale collectie als de provinciale catalogus. Maar ook Zoek&Boek en het bibliotheekpaspoort als manieren om het materiaal echt in handen te krijgen. Want voor de moderne bibliotheekgebruiker gaan ‘discovery’ en ‘delivery’ hand in hand.
zondag 17 januari 2010
Informatiedienstverlening
Een flink deel van 2010 wil ik gebruiken om grondig uit te zoeken hoe het er nu eigenlijk voorstaat met de informatieve functie van de bibliotheek. Ik heb me tot nu toe wel met deelgebieden bezig gehouden (informatieve collectie, AquaBrowser, al@din) maar heb sterk de behoefte overzicht te hebben over wat er speelt in het brede gebied van de informatie.
Ik begin dan ook met te inventariseren wat er door anderen op dit gebied ondernomen wordt. De projectgroep bibliotheekinnovatie is met van alles bezig, bij de in december gehonoreerde projecten zitten er die raakvlakken met de informatieve functie hebben, en ook los van de landelijke ontwikkelingen zijn bij de diverse PSO’s en basisbibliotheken vast allerlei projecten gaande. En wat een ander al doet hoef ik niet meer over te doen. Wat mij betreft is de kunst om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij wat er al gebeurt.
In die eerste fase wil ik ook een goed beeld krijgen van wat de bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland eigenlijk willen met hun informatiedienstverlening. Zien zij nog een rol voor bibliotheken, of kan Google dat eigenlijk veel beter dan wij? En als onze klanten maar zelden om informatie komen vragen, moeten wij er dan wel in investeren? Jullie begrijpen dat ik wel degelijk geloof dat er behoefte is aan betrouwbare informatie en geïnformeerde burgers, en dat de openbare bibliotheek daarin een belangrijke rol kan spelen. Maar als ik de enige ben kan ik volop leuke plannen smeden, maar krijg ik daar waarschijnlijk geen bibliotheek van overtuigd.
Ook wil ik weten aan welke informatie Nederlanders behoefte hebben. Zijn ze nieuwsgierig naar de laatste societyroddels, willen ze goed voorbereid op vakantie, willen ze af en toe iets opzoeken voor hun werk, willen ze alles over schrijvers en boeken weten? En willen ze die informatie liefst in een boek, lekker uit een tijdschrift, handig via internet? Wat willen ze eigenlijk dat de bibliotheek via hun I-Phone of Android beschikbaar stelt? En maakt het daarbij uit of ze lid van de bibliotheek zijn of niet, of ze een welvarende genieter of een dynamisch gezin zijn, of ze 25 zijn of 85?
En tot slot wil ik weten hoe de processen die met informatie- dienstverlening te maken hebben in elkaar zitten. Hoe wordt het beantwoorden van vragen georganiseerd, welke processen leiden er tot de opbouw van een informatieve collectie, wat doet een bibliotheek om de collectie te ontsluiten (dus informatie over die collectie aan de klanten ter beschikking te stellen).
Met al deze vragen verwacht ik tot na de zomer zoet te zijn. Als ik al deze informatie bij elkaar heb weet ik wat er te weten valt over de informatieve functie van openbare bibliotheken. En dan ga ik aan het werk om de informatiedienstverlening van bibliotheken te verbeteren. Samen met bibliotheken die die behoefte ook hebben. Dan definiëren we de producten waaruit de informatiedienstverlening van openbare bibliotheken bestaat. We bepalen welke producten als eerste in zogenaamde formules uitgewerkt gaan worden. En we gaan aan de slag met alle kennis die verzameld is.
Waarschijnlijk zullen dit jaar twee formules afgerond worden. Ten eerste de formule “Informatiebemiddeling” waarin een aantal opties uitgewerkt wordt voor het beantwoorden van vragen (deze formule is m.i. de urgentste, vanwege de onzekere toekomst van al@din en de Hollandse aanvulling Ibi). Ten tweede de formule “Informatieve collectie” die gaat beschrijven hoe de fysieke en digitale collectie van verschillende soorten bibliotheken er uit ziet (daarvoor wordt dit jaar al veel onderzoek in het kader van het provinciaal collectieplan gedaan).
Daarnaast wordt dit jaar de prioritering van de ontwikkeling van andere formules rond de informatiedienstverlening vastgesteld. Die formules zullen vanaf 2011 in een vervolgproject verder uitgewerkt worden.
zaterdag 9 januari 2010
Projectleider
Marketing wordt de spil van de organisatie. Alle producten en plannen moeten in het vervolg door de unit marketing gescreend worden, om te verzekeren dat we geen producten aanbieden waar onze klanten niet op zitten te wachten.
Operations is de unit waarin het reguliere werk wordt uitgevoerd. Alles wat we al deden zit in de unit operations, en ook bijna al het personeel zit in die unit. Vanuit operations worden mensen ‘uitgeleend’ aan de unit ontwikkeling. Geen idee wat daar de officiële term binnen de organisatie voor wordt, maar het idee is dat je een baan hebt binnen de unit operations en dat je van daaruit een rol kunt krijgen binnen ontwikkeling. Ik heb een rol in de unit ontwikkeling; de rol van projectleider.
De unit ontwikkeling houdt zich bezig met de programmalijnen. Dat zijn de vier pijlers waarop zich binnen ProBiblio ontwikkeling gaat afspelen. Die pijlers zijn Marketing, HRM, ICT en Inhoud. Ik ben even kwijt hoe de programmalijn Inhoud officieel heet, maar het is de grootste programmalijn, die zich met de bibliotheekinhoudelijke ontwikkeling bezig houdt. Die programmalijn is verdeeld in drie deelprogrammalijnen: Educatie, Lezen en Informatie.
ProBiblio is overigens niet de enige die zich in 2010 gaat ontwikkelen. De programmalijnen gaan sterk vraaggestuurd werken. In principe ontwikkelen we alleen dat waar openbare bibliotheken en hun klanten echt op zitten te wachten. Om dat te borgen zijn er op diverse niveaus gremia om de unit ontwikkeling en de afzonderlijke programmalijnen aan te sturen. In die gremia zullen vooral veel directeuren en inhoudelijke specialisten uit de Hollandse basisbibliotheken vertegenwoordigd zijn.
En om helemaal zeker te weten dat wat we bij ProBiblio verzinnen ook echt bruikbaar is in de praktijk doen we alles in co-creatie. Bij alle projecten worden bibliotheken ingeschakeld, om zo vroeg mogelijk draagvlak voor de projecten te creëren, om tijdens de projecten input vanuit de praktijk te leveren, en om als eerste de vruchten van de ontwikkelingen te kunnen plukken.
Ik ga projecten doen binnen de deelprogrammalijn Informatie. Ik heb tot 25 januari de tijd om een Project Initiatie Document te schrijven (dat is een projectplan, in Prince 2-speak). Ik weet wel een beetje waar het over moet gaan, maar nog niet precies. De steekwoorden die ik heb zijn AquaBrowser, Ibi (de Noord-Hollandse webvariant van al@din), Contentvijver en Informatiefunctie.
Op zich een wat riskante business, om vraaggestuurd te gaan werken binnen het thema Informatie. Want zien openbare bibliotheken nog wel een functie voor zichzelf als het gaat om het informeren van de burger? Bibliothecarissen zijn toch helemaal geen experts, dus ze kunnen toch helemaal geen vragen beantwoorden? Best een uitdaging dus, om met dat thema aan de slag te gaan.
Ik zie zelf wel een rol voor de bibliotheek als het gaat om informatie. En één ding heb ik me al wel voorgenomen, dat de rol van de bibliothecaris als informatiebemiddelaar weer wat duidelijker neergezet moet worden. Want bibliothecarissen zijn geen experts, maar zijn wel heel goed in staat om de vraag van een leek te beantwoorden met behulp van informatie van experts. En volgens mij is er in deze tijd van information overload juist heel erg behoefte aan zo’n informatiebemiddelaar.
Omdat mijn project geen eenmans kruistocht moet worden, maar zo veel mogelijk aan moet sluiten bij de behoeftes van bibliotheken en de ontwikkelingen op landelijk niveau en in de andere provincies heb ik me voorgenomen weer te gaan bloggen over waar ik mee bezig ben. Ik hoop af en toe reacties te krijgen, zodat ik kan toetsen of ik op de goede weg ben. Hopelijk geeft dit nieuwe project me weer voldoende structuur om de draad te kunnen oppakken en geregeld een bericht te schrijven. Dit is in elk geval al een eerste begin.
woensdag 11 juni 2008
Auteursrecht voor de digitale bibliotheek
Vorige week volgde ik een opfriscursus auteursrecht bij het GO. Natuurlijk zijn er allerlei technische ontwikkelingen waar je als bibliothecaris 2.0 van op de hoogte moet zijn, maar het is ook goed om te weten of alles wat kan ook mag.
Tijdens de dag herinnerde ik me weer dat ik auteursrecht ook op de Frederik Muller Academie al heel interessant vond. De schijnbaar onwrikbare logica waarin bij nadere beschouwing, binnen de grenzen van de wet, heel veel creativiteit mogelijk is spreekt me aan.
De grote lijn van de wet, verwoord in artikel 1, was me dan ook wel bijgebleven: "Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld."
De cursus volgde de opbouw van dit eerste artikel, waarbij achtereenvolgens werd ingegaan op
- de maker
- het werk
- openbaarmaken en verveelvoudigen
- de beperkingen
Ik ga natuurlijk niet de hele inhoud van de cursus navertellen (dat zou mij zelfs in auteursrechtelijke problemen kunnen brengen), maar ik wil een paar zaken noemen die me van belang lijken.
Hoe zit het bijvoorbeeld met het indexeren van websites, zoals bijvoorbeeld Google dat doet? Dat valt onder een van de beperkingen op het auteursrecht, beschreven in artikel 15a. Je mag (onder bepaalde voorwaarden) citeren uit een werk. Daarbij is het van belang dat de lengte van het citaat redelijk is. Je mag dus niet de volledige tekst kopieeren onder het mom van citeren.
Dat heeft ook voor de AquaBrowser duidelijk consequenties. We zijn van plan daarin informatie van betrouwbare organisaties zoals musea, archieven, onderwijsinstellingen of overheden op te nemen. Maar die informatie mogen we dus niet zomaar overnemen, zelfs niet als de desbetreffende organisatie die informatie zelf al publiek toegankelijk op internet gezet heeft. Dat betekent dat we met die organisaties een soort licentieovereenkomst zullen moeten afsluiten waarin we afspraken maken over het gebruik dat we van hun informatie maken. Dat waren we toch al wel van plan, omdat het veel prettiger samenwerkt als zo'n organisatie weet wat je van plan bent, maar het blijkt dus zelfs juridisch noodzakelijk te zijn.
Een andere vraag waarmee ik naar de cursus ging was hoe het auteurrechtelijk zit met user generated content. Ik had uit de berichtgeving rond het digitaliseringsproject van historische kranten van de KB al begrepen dat er problemen waren om de rechthebbenden van bijvoorbeeld ingezonden brieven op te sporen. Daarom wilde ik graag weten hoe de bibliotheek zou moeten omgaan met bijvoorbeeld door gebruikers geschreven recenties in My Discoveries. Daar blijkt precies het zelfde gevaar te bestaan. Een gebruiker heeft auteursrecht op zijn eigen recensie, en die recensie mag dus niet zondermeer verveelvoudigd (lees hergebruikt) worden.
Dat is een kolossaal potentieel probleem. Gelukkig bood de cursus ook perspectief op een oplossing. Met een Creative Commons licentie kan je namelijk afstand doen van bepaalde rechten die de auteurswet je verleent. Zo kan de gebruiker aangeven welk gebruik van zijn bijdrage hij wil toestaan. De uitdaging voor de bibliotheek is nu nog om die Creative Commons licentie op een gebruikersvriendelijke manier in toepassingen als de AquaBrowser te verwerken.
Een beperking op het auteursrecht die voor bibliotheken die hun collectie willen digitaliseren nog wel eens interessant zou kunnen zijn staat in artikel 15h. Enigzins samengevat komt het er op neer dat een voor het publiek toegankelijke niet-commerciele bibliotheek toegestaan is een werk via een besloten netwerk door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van de bibliotheek beschikbaar te stellen. Daar heb je misschien nog niet zo veel aan bij een openbare bibliotheek met een werkgebied van 30.000 inwoners en de corresponderende collectie, maar bij grotere organisaties (de openbare bibliotheek Nederland?) kan dat wel degelijk interessant worden.
donderdag 15 mei 2008
De toekomst
Nee, zo makkelijk maak ik me er niet vanaf ;-)
Dat de bibliotheek- sector er nog niet uit is wat er moet gebeuren om onze toekomst en die van de informatievoorziening in Nederland veilig te stellen wil nog niet zeggen dat ik daar zelf geen mening over heb.
Toen ik op de Frederik Muller Academie zat leerde ik daar dat de taak van de bibliotheek is: Het opsporen, selecteren, ontsluiten en beschikbaar stellen van informatie. Sinds die tijd is er het nodige veranderd (ik had toen al wel een computer, maar internet bestond nog niet) maar eerlijk gezegd denk ik dat er in de samenleving nog steeds heel veel behoefte is aan deze vaardigheden. We hoeven dus helemaal niet zo ver te zoeken om onze kernwaarden te vinden.
Wat de zaak vertroebelt is dat de openbare bibliotheken in Nederland zich (met name in de negentiger jaren) toegelegd hebben op het gratis beschikbaar stellen van boeken. Die functie van de openbare bibliotheek zal inderdaad steeds minder belangrijk worden. Op het moment lijkt het er op dat steeds meer informatie gratis beschikbaar komt op internet. Daarbij moet aangetekend worden dat kwalitatieve informatie (goed geformuleerd, genuanceerd, betrouwbaar) juist steeds exclusiever aangeboden zou kunnen gaan worden, waarbij de rechten van auteurs en de commerciele belangen van distributeurs de toegang tot die informatie effectief afschermen.
Ook op het gebied van het opsporen van informatie is de bibliotheek op dit moment niet de aangewezen partij. Dat is precies waar Google zo goed in is.
Maar het selecteren en ontsluiten van informatie zijn vaardigheden waar de maatschappij steeds nadrukkelijker om vraagt. Dat zie je aan de behoefte aan mediawijsheid bij de overheid, dat hoor je bij VMBO'ers die helemaal niet zitten te wachten op 30.000 hits in Google maar liever een duidelijk gestructureerd boek gebruiken, dat lees je in het NRC, waar Egbert Dommering een toenemende behoefte aan "redactie, duiding en selectie" signalert en zowel hij als Abraham de Swaan verwachten dat er nieuwe autoriteiten / poortwachters / opinion leaders zullen opstaan.
En hoe gaan we dat dan aanpakken? Met behulp van web 2.0 tools.
Daarmee is het helemaal niet zo moeilijk om gezamenlijk een overzicht van kwalitatief goede sites te maken. En als dat gezamenlijke overzicht er is, kan het zonder al te veel moeite door iedere bibliotheek in zijn eigen vormgeving op zijn eigen website gepresenteerd worden. En laten we dat gezamenlijk vooral ruim opvatten. Onze klanten hebben verstand van allerlei zaken. Laten we ze als vrijwilliger 2.0 betrekken bij de bibliotheek door ze de kans te geven die kennis met de gemeenschap te delen. En laten we daar gewoon mee beginnen. Er zijn (onder anderen dankzij de 23 dingen) her en der bibliothecarissen die hun persoonlijke en inlichtingenfavorieten in del.icio.us opslaan. Als we met een paar creatievelingen bedenken hoe we die favorieten willen organiseren en hoe we dit initiatief zo breed mogelijk onder de aandacht brengen zijn we er.
En trouwens, we gaan natuurlijk ook gzamenlijk interessante content die nog niet vrij op internet staat inkopen en die zo verspreiden dat onze klanten er gemakkelijk gebruik van kunnen maken. En we gaan het toevoegen van recensies aan de bibliotheekcatalogi stimuleren door zelf op blogs over onze favorieten te schrijven. En we gaan vast nog allerlei andere dingen doen die we vandaag nog niet kunnen verzinnen, maar waarvan we volgend jaar opeens zien dat het nodig is. En wat we in elk geval NIET gaan doen is afwachten totdat duidelijk is wat er de komende tien jaar gaat gebeuren. We beginnen gewoon. Nu.
Vijf voor twaalf
Ik zou zo graag eens een blogpost schrijven die prachtig onderbouwd is, met allerlei mooi gelinkte citaten. Maar het komt er nooit van. Op dit bericht bijvoorbeeld loop ik al een week te broeden, maar het is er nog niet van gekomen mijn bronnen te verifieren en mijn citaten te checken. Vooral niet omdat er gisteren een storing was bij Xs4all. Dat moeten ze niet te vaak doen! Het is verontrustend hoe ik daardoor van slag raak. Het is bijna voldoende om een keer vroeg naar bed te gaan, want wat moet je anders, als je geen verbinding met internet hebt?
Maar goed, de toekomst van het bibliotheekwerk was het onderwerp waarover ik wilde schrijven. Daarover is de afgelopen tijd veel gepubliceerd. Het SCP heeft onderzoek gedaan en de resultaten daarvan gepubliceerd en de Stuurgroep Bibliotheken heeft haar eindrapport opgemaakt.
Het SCP zegt over de toekomst van de bibliotheek: "De waarschijnlijke toekomst toont een verder afnemend bibliotheekgebruik, wat leidt tot een beperkter draagvlak voor de bibliotheek onder de bevolking." En in de handreikingen voor beleid noemen ze drie urgente punten voor de korte termijn, namelijk:
- continuering van samenwerking tussen de branche en de drie overheidslagen in het belang van de inhoudelijke vernieuwing van het openbaar bibliotheekwerk.
- oplossingen zoeken voor het dreigende tekort aan personeel, in het bijzonder personeel dat de inhoudelijke vernieuwing kan vormgeven
- kennislacunes opvullen met onderzoek.
De Stuurgroep besteedt het slothoofdstuk van haar eindrapport aan de toekomst van de bibliotheeksector. In dat hoofdstuk jammergenoeg geen puntsgewijze opsomming van de kern van de zaak. Volgens mij komt het er op neer dat de stuurgroep de analyse van het SCP deelt. De stuurgroep verwacht in de toekomst tekortkomingen aan de informatievoorziening in termen van onafhankelijkheid, pluriformiteit, objectiviteit, betrouwbaarheid en sociale cohesie. Vervolgens concludeert ze dat de bibliotheek de eerst aangewezen voorziening is om deze tekortkomingen te verhelpen, maar dat het niet waarschijnlijk is dat dat zal lukken.
Wat mij enigzins verraste is dat dit alles voor de Stuurgroep geen reden is om "met vertoon van daadkracht" doelen vast te leggen die "over tien jaar gegarandeerd achterhaald blijken te zijn". Nee, de stuurgroep verwacht een beleidsintensief proces, de sector zal alle zeilen bij moeten zetten en minstens een maal in de vier jaar moet over de volle breedte van de openbare bibliotheek worden bekeken hoe die er voor staat en wat dat betekent voor de verdere koers. Voor de sector moet volgens de stuurgroep alle aandacht gericht zijn op systeemconvergentie.
Maar wat gaan we nu doen???
Ik had verwacht dat aan het eind van het proces van bibliotheekvernieuwing uitspraken gedaan zouden worden over de richting die het bibliotheekwerk de komende jaren moet kiezen. Volgens mij is de conclusie nu vooral dat het ernstig is en dat we snel gezamenlijk moeten besluiten wat we gaan doen als sector. Maar dat wisten we toch twee jaar geleden ook al? Waarschijnlijk was het naief van me om te verwachten dat een proces concrete oplossingen zou opleveren, maar ik vind het zelf geen onredelijke verwachting.
woensdag 7 mei 2008
Ben ik een biblioblogger?
Ruim een jaar geleden schreef ik het eerste bericht op dit blog, waarin ik me afvroeg of ik de discipline wel zou kunnen opbrengen om geregeld te bloggen. Zonder stok achter de deur bleek me dat zwaar te vallen. Ik had 23 dingen nodig om echt aan schrijven toe te komen. En ook met zo'n stok achter de deur vind ik het nog niet echt makkelijk. Het ligt niet zo in mijn aard om tijd te nemen voor bezinning. Je ziet dat ook aan het aantal berichten per maand dat ik geproduceerd heb. Maart was met 14 berichten duidelijk een uitschieter, toen ik op de top van mijn enthousiasme voor de 23 dingen was.
Maar nu het einde nadert moet ik mezelf toch de gewetensvraag gaan stellen: Ben ik een biblioblogger? Was dit een gelegenheidsblog, een hulpmiddel bij het leerproces en niets meer? Of is bloggen toch iets wezenlijkers voor me geworden, heb ik het doorzettingsvermogen om er mee door te gaan?
Het feit dat ik in 'de vakantie' blog geeft wel een aanwijzing. Als je na verloop van tijd het gevoel krijgt dat je al te lang niets geschreven hebt ... dat lijkt me een aanwijzing dat bibliobloggen voor mij toch een meerwaarde geeft. Ik denk dat het me ook na de 23 dingen kan helpen om de zaken voor mezelf op een rijtje te zetten. Dat betekent dan wel dat ik er tijd voor zal moeten uittrekken. Voor de 23 dingen kregen we 1 uur per week in werktijd (ha, ha, ha). Ik denk dat ik die tijd (en misschien een beetje extra) gewoon blijf claimen voor dit blog. Ik vind het zelf niet raar als een professional (dat zijn we toch allemaal tegenwoordig?) in werktijd kennis en vaardigheden bijhoudt. En als dat wel een probleem is? Dan hoor ik dat wel.
zondag 4 mei 2008
Sociale bibliotheekcatalogi

Als service-manager Aqua-Browser moet ik hierover natuurlijk een post schrijven die hout snijdt. Het lastige is alleen, dat naarmate ik meer van een onderwerp afweet, ik meer de schaduwzijde ga zien. Ik zal eens kijken waar ik vandaag op uitkom.
Onze AquaBrowser heet overigens ZoekGenie en is (binnenkort) te vinden op http://www.zoekgenie.nl/
Aan het op die URL verschijnen van de provinciale catalogus voor Noord- en Zuid-Holland gaat inmiddels ruim een jaar voorwerk vooraf. In april 2007 begon ik met het schrijven van een projectplan voor het uitrollen van de AquaBrowser in Zuid-Holland. In Noord-Holland ging ook een ABL komen, maar daar was op dat moment nog niet zeker dat er door de provincie financiën beschikbaar gesteld zouden worden voor een provinciale catalogus, dus die zouden later aanhaken. Dat projectplan schreef ik voor de programmamanager digitale bibliotheek, die het in mei voorlegde aan de stuurgroep digitale bibliotheek, een afvaardiging uit SOOB en BOZH. Na nog wat heen en weer gediscusieerd te hebben (vooral over geld) kreeg Medialab, de leverancier, in augustus de opdracht om van start te gaan met het koppelen van de catalogussystemen van alle openbare bibliotheken in Zuid-Holland.
In die zelfde periode werd onderzocht wat de financiele consequenties op de langere termijn van het werken met de ABL zouden zijn. Dat lijkt natuurlijk rijkelijk laat, maar ik kan je verzekeren dat er volop producten zijn die de projectfase niet overleefd hebben omdat er nooit gekeken is naar de kosten van instanthouding van het product. De conclusie uit dat onderzoek was dat het welliswaar organisatorisch ingewikkelder zou zijn om een bovenprovinciale ABL te bouwen, maar dat het financiele voordelen had. Op die manier kon namelijk met hetzelfde geld een completere catalogus gebouwd worden.
Het mooie van de ABL is namelijk dat hij niet alleen de catalogi van bibliotheken kan ontsluiten, maar ook de landelijk ingekochte digitale collectie. En de ABL kan gebruikt worden om andere bronnen, zoals de informatie van samenwerkingspartners te ontsluiten. In ZoekGenie is er voor gekozen om een twaalftal bestanden op drie gebieden te ontsluiten met provinciaal geld. Het gaat daarbij om bestanden op de gebieden: Lezen en literatuur, Kunst en cultuur en Erfgoed. Maar zo ver zijn we nog niet.
In 2007 zijn bijna alle bibliotheekcatalogi uit Noord- en Zuid-Holland opgenomen in de ABL. Begin 2008 is de ABL getest door bibliothecarissen uit een dertigtal bibliotheekorganisaties. Daarbij kwam nogal wat naar boven.
Voor een deel waren dat zaken die bij het koppelen van de afzonderlijke bibliotheekcatalogi nog niet goed opgelost waren. Voor een deel waren het problemen die wel bekend waren uit eerdere provinciale AquaBrowsers, maar die bij een systeem van deze omvang veel groter waren dan bij eerdere systemen. Voor een deel ook, waren het zaken waar de afzonderlijke testers over van mening verschilden. Wat de een een prima oplossing vond was voor de ander niet acceptabel.
En daar kwam duidelijk het probleem van een provinciale ABL naar voren. Hoe richt je een systeem in, als dat systeem uiteindelijk door 50 verschillende organisaties gebruikt gaat worden? Je loopt dan een enorm risico dat het een systeem wordt dat van compromissen aan elkaar hangt, een systeem waarin iedere echte vernieuwing in de kiem gesmoord wordt doordat die te ver gaat voor de minst vooruitstrevende bibliotheken, kortom een middelmatig systeem dat zich aanpast aan de achterhoede van het bibliotheekveld.
De oplossing die ik hiervoor in gedachten heb is om het systeem steeds flexibeler te maken. Een bibliotheek heeft nu al de mogelijkheid om een eigen skin voor ZoekGenie te laten maken, waarin eigen keuzes voor de vormgeving en voor uitbreiding of inperking van de functionaliteit gemaakt kunnen worden. Maar dat gaat me nog niet ver genoeg. Volgens mij zou de catalogus zich uiteindelijk aan elke individuele gebruiker moeten kunnen aanpassen. Zo kan iemand die aan infostress lijdt kiezen voor een rustige vormgeving met een zeer beperkt aantal bronnen waarin gezocht wordt en waaruit een beperkt aantal hits getoond wordt. En een infojunk zoekt juist in alle bronnen, omdat die zich graag wil laten verrassen. De historisch geinteresseerde zoekt standaard in alle erfgoedbronnen en de sociale bibliotheekgebruiker geeft de lijstjes en tags van andere gebruikers een groter gewicht mee.
En, om nog even de link naar Worldcat te leggen, die superflexibele ABL zal de catalogusrecords van alle bibliotheken in Nederland, Vlaanderen, Aruba en de Antillen bevatten. Waarbij die records dan ook nog eens één vaste URL per werk hebben, zodat ze in zoekmachines goed vindbaar worden.
vrijdag 4 april 2008
Verder?
Gisteren was de bijeenkomst die het einde van het procesbureau bibliotheekvernieuwing vierde. Al met al niet echt een dag waar ik vrolijk vandaan kwam. Iedereen vindt het bibliotheekwerk vreselijk belangrijk, en heeft goede jeugdherinneringen, maar als het op financiering aankomt is het duidelijk de verantwoordelijkheid van een ander. Wat ben ik blij dat ik geen manager ben! Ik heb tenminste niet dagelijks met dat getouwtrek tussen de drie bestuurlijke lagen te maken. Het bibliotheekwerk zelf lijkt vooral verdiept in de discussie of zaken centraal (VOB) een beetje centraal (PSO's) of lokaal (basisbibliotheken) moeten gebeuren. Weet er iemand nog een leuke sector, 'nuttig', maar niet per se non-profit, waar dit structuurgeneuzel al achter de rug is?
Afijn, voor een inhoudelijke reactie zou je kunnen kijken bij Jan. Die heeft vannacht ook de samenvatting van het rapport van het SCP al tot zich genomen. Op andere blogs lees ik nog niet over Verder! Wel over de basisbibliotheek van DBNL, die gisterochtend door Paul Schnabel aangekondigd werd, en die hij gistermiddag presenteerde in Leiden.
donderdag 27 maart 2008
Collectiebeleid in een netwerkorganisatie
Voor veel bibliothecarissen voldoet de ideale collectie aan twee criteria:
1. Er is een brede basis, waardoor voor iedere voorkomende vraag materiaal in de collectie is.
2. Populaire titels zijn in grote aantallen beschikbaar, waardoor voor iedere voorkomende vraag het materiaal ook meteen geleend kan worden.
De collectiebudgetten en hoeveelheid kastruimte zijn echter nooit toereikend om een dergelijke collectie te kunnen opbouwen.
Door niet meer de collectie van de vestiging, maar die van het netwerk als uitgangspunt te nemen kan de ideale collectie beter benaderd worden. De brede basiscollectie kan zo namelijk over een groter aantal vestigingen verspreid worden, waardoor er ruimte (zowel fysiek als qua budget) overblijft om meer te investeren in populaire titels.
Maar dan wordt de vraag welk materiaal er voor welke vestiging aangeschaft moet worden alleen maar ingewikkelder te beantwoorden. Voor deze basisbibliotheek hebben we het idee van het werken met speerpunten verder uitgewerkt. Daarvoor hebben we eerst de collectie non-fictie onderverdeeld in 9 clusters van 9 onderwerpen. Per onderwerp hebben we onderzocht in welke vestiging dat vorig jaar het meest uitgeleend is. Onze aanname is dat voor dat onderwerp binnen deze basisbibliotheek de grootste gebruikersgroep dan ook van die vestiging gebruik zal maken. Het ligt dan ook voor de hand om die vestiging het onderwerp als speerpunt toe te wijzen.
In een vestiging met een speerpunt blijf je, op dat onderwerp, collectioneren op een brede collectie, waarin niet alleen populair materiaal opgenomen wordt, maar waarin een beeld van het totale aanbod aan media geboden wordt. In de andere vestigingen kan dan gekozen worden om alleen de meest gevraagde titels aan te schaffen.
Voorwaarde voor deze benadering is dat de inwoners van het werkgebied de hele netwerkcollectie ook inderdaad ervaren als de collectie van hun bibliotheek. Dat betekent dat er in de communicatie naar overheid, gebruikers en niet-gebruikers steeds de nadruk op de totale collectie gelegd moet worden.
Het betekent ook dat gebruikers een titel die niet op het juiste moment op de juiste plaats is wél op een voor die gebruiker acceptabele manier geleverd moet kunnen krijgen. Voor de hand liggende oplossingen daarvoor zijn gratis (of tegen marginale kosten) reserveren of aanvragen, het snel uitvoeren van het leenverkeer en het op een plaats van eigen keuze afleveren van gereserveerde en aangevraagde materialen. Het zou zeer de moeite waard zijn om eens te onderzoeken welke maatregelen voor welke groepen klanten een verbetering zouden betekenen.
woensdag 26 maart 2008
Nog eentje dan
Al het goede komt in drieeën, maar als het gaat om bibliotheekfilmpjes ontbreekt er toch nog één aan mijn vorige bericht. Eerlijk gezegd wilde ik nog snel even m'n bericht posten voor ik naar Obdam vertrok gisterochtend, en had ik daardoor pas later op de dag door dat 'A Librarian's 2.0 Manifesto' en 'The Machine is Us/ing Us' in mijn geheugen tot 1 filmje versmolten waren. Daarom als toegift ook die laatste nog.
woensdag 19 maart 2008
Meer dan 23 dingen
Jan Tweepuntnul blogde een week geleden over de grote hoeveelheid 23-dingen-blogs die de bibliotheekwereld rijker aan het worden is. Hij signaleert dat er volop geblogd wordt, in een wereld die nu niet bekend staat om zijn grote aantal begenadigde schrijvers.
Maar er zit ook een wat minder positieve ondertoon in zijn bericht. Als al die blogs alleen over de 23 dingen gaan zijn we in het bibliotheekwerk nog steeds niet echt ver met het delen van kennis. En als je op die manier naar al onze blogs gaat kijken valt je toch een zeker eenzijdigheid op.
Want onze blogs gaan bijna alleen over wat we voor de 23 dingen doen. Als je ons een beetje volgt krijg je het idee dat alleen schrijver dezes wel eens een boek leest (en dankzij haar leesbevordering worden de j.m. in de tuin van de buren voorgelezen door Anna). Treelertrash, Chordfinder1 en Ycreate hebben duidelijk iets met muziek, en er is een dichter onder ons. Maar het is al met al niet echt het beeld van een bruisende organisatie in de culturele sector.
En wat we met z'n allen doen in de andere 35 uren (max) die een werkweek telt, daar schemert maar zelden iets over door in de berichten. Eerlijkgezegd vind ik het ook wel ingewikkeld, om over m'n werk te schrijven. Zolang het alleen over mezelf en mijn 'leerervaringen' gaat kan ik zelf bepalen wat ik wil vertellen en wat niet. Maar als ik over mijn werk ga schrijven komt daar onvermijdelijk ook iets over klanten en producten in te staan. En die zijn niet alleen van mij, maar zeker ook van mijn werkgever, ProBiblio. Dan wordt het al snel ingewikkeld om een stukje te schrijven, want ik vind dat het wel ergens over moet gaan, maar dat ik voorzichtig moet zijn met wat ik over anderen zeg. 
Toch wil ik het wel gaan proberen, want ik denk dat er best interessante dingen te melden zijn over mijn werk. Maar vandaag nog niet. Vandaag ga ik naar mijn cursus Spaans. Met spijt in het hart, want ik zou ook naar de uitreiking van de Dutch Bloggies willen kijken, en ik ben enorm nieuwsgierig naar de documentaire over Boudewijn Büch die vanavond uitgezonden wordt. Ik hoorde gisteravond bij 'De Wereld Draait Door' dat hij vrijwel zijn hele leven zelf verzonnen schijnt te hebben. Dat vind ik zo'n fascinerend idee, passend bij de vreemde schrijver die Büch was, dat wil ik zien.
En nu had ik zo graag de livestream uitzending van de Dutch Bloggies willen embedden, maar dat krijg ik niet voor elkaar. Prut!
The most modern library in the world!
vrijdag 15 februari 2008
Bibliotheken en web 2.0
De vraag van vandaag is: "Hoe kunnen bibliotheken de web 2.0 toepassingen die tot nu toe aan de orde gekomen zijn gebruiken in hun dienstverlening?"
Daarover nadenkend, en eerder al, terwijl ik bezig was met het exploreren van bloggen, RSS-feeds en foto-sharing, is er één toepassing die mij het meest voor de hand lijkt te liggen. Mij lijkt het logisch om web 2.0 toepassingen te gebruiken bij het selecteren, ontsluiten en beschikbaarstellen van informatie. Het belangrijkste verschil met wat bibliotheken al doen zit hem volgens mij in de informatie die je ontsluit. Dat zijn namelijk niet meer alleen boeken (en af en toe een dvd of cd-rom, die we zo veel mogelijk behandelen alsof het toch een boek is) maar juist de digitale bronnen die beschikbaar zijn.
Ik denk dat bibliotheken tot nu toe veel hebben laten liggen als het gaat om de selectie van digitale informatie. Terwijl we juist in de selectie van informatie meerwaarde bieden aan onze gebruikers. Tuurlijk, je kunt bij ons bijna gratis een boek lenen waar je bij de boekhandel € 20,- voor moet betalen, maar als je een populaire roman wilt lezen moet je daar wel op wachten. En er is een grote groep mensen die dan toch liever een bestelling bij Bol.com plaatst. Je kunt het boek via internet bestellen wanneer je maar wilt, het wordt door de postbode bij je thuisbezorgd, en je mag het boek houden zo lang je wilt.
In het gebruik dat van de collectie wordt gemaakt zien we dat als het om informatie gaat het boek steeds minder populair wordt. De uitleencijfers van de collectie non-fictie lopen jaar na jaar terug, en als je kijkt wat er nog wel geleend wordt kom je vooral uit bij titels die "als een roman" te lezen zijn. De kasten met waar gebeurde verhalen, biografieen, reisverhalen.
Anderzijds lezen we geregeld dat het met de kwaliteit van de informatie die mensen, of in elk geval scholieren, van het internet halen slecht gesteld is. Mensen kunnen niet inschatten of een website betrouwbaar is en hebben de neiging om voor het eerste resultaat dat ze gegoogled hebben te gaan.
Bibliotheken zouden in moeten springen op de behoefte aan betrouwbare informatie die snel digitaal beschikbaar is. Dat dat nog niet op grote schaal gebeurd is heeft volgens mij te maken met het lokale karakter van bibliotheken en het globale karakter van internet. Bibliotheken hebben ieder voor zich geen budget om het hele scala aan onderwepen te behandelen. En dat hoeft op zich ook niet, want als een bibliotheek een onderwerp goed ontsluit kan de complete wereldbevolking (voor zover ze Nederlands spreken) profiteren van die inspanning.
Maar hoe organiseren we in een lokaal gefinancierde sector het globaal beschikbaar stellen van informatie? En zetten we dan een hekje om onze betrouwbare informatie, en gebruiken we dat om betaalde leden te lokken? Ik denk het niet. Als je naar de kranten kijkt, bijvoorbeeld, zie je dat die hun hekjes weghalen en hun archieven gratis op internet zetten. Dan moeten openbare bibliotheken, die voor zeker driekwart door de overheid gefinncierd worden, dat toch ook kunnen!
En hoe zouden we dan web 2.0 technologie kunnen inzetten? Ik denk daarbij vooral aan het idee van de etalages, de digitale presentatie van de landelijke zwaartepunten. Voor wie hier nog geen concreet beeld bij heeft: In het stuk De Complete Bibliotheek van Francien van Bohemen en Bram Rietveld wordt in hoofdstuk 5 veel behartenswaardigs over etalages gezegd.
Voor wie het nog concreter wil zien heb ik een voorbeeldje gemaakt over het onderwerp sterrenkunde. En nee, dat is niet af of compleet, maar het geeft een idee van wat je in blogvorm zou kunnen doen. En het zou wel eens kunnen zijn dat de Universes van Netvibes ook heel goed gebruikt kunnen worden voor het delen van informatie over onderwerpen waar nou eenmaal niet iedere bibliothecaris helemaal in zit.
maandag 28 januari 2008
Bibliotheekvernieuwing in 2008
Blogs zijn er natuurlijk ook gewoon om interessante informatie die je elders tegenkomt te signaleren. De provincie Noord-Holland kondigt aan ook in 2008 nog flink in bibliotheekvernieuwing te zullen investeren. In het persbericht worden de investeringen in extra strandbibliotheken en laaggeletterdheid met name genoemd.